Verhaal

Zwols vermaak en Belgische ellende

Auteur: 
Sjaak Onderdelinden

Een beetje afleiding en vermaak moet kunnen in deze zware tijden, en dus is er 11 oktober 1914 een optreden in de Buitensociëteit van een Amsterdams Variété- en Operettegezelschap. De zaal was wel niet vol, maar toch vrij wel bezet. Het gebodene omvat muziek, zang en dans. Een Italiaanse vioolvirtuoos, ene Tarzini, springt er uit, hij vertoonde zijn kunstvaardigheid door het imiteeren van een gramafoon (?), een kanarievogel etc. maar hij kon ook het Ave Maria van Gounod heel mooi spelen. En de goochelaar Alfredo Murini overtuigde eveneens met werkelijk verrassende experimenten. Het publiek toonde zich met sterk applaus zeer tevreden. Maar daar was nog een reden voor: De prijzen waren zeer matig gesteld.

Ook sport dient de ontspanning. Dat weekend wordt er op de Pelikaan gehockeyd en gevoetbald. ZMHC (de M staat immers voor gemengd) speelt een mixed-wedstrijd tegen Deventer, maar omdat verscheidene damesleden nuttig bezig waren met de verzorging van Belgische vluchtelingen, moesten een paar Deventenaren aan Zwolse kant meespelen. Allemaal niet erg, het ging om de gezelligheid, Deventer won met 7-3, maar verloor, en dat was wel erg, zijn keeper. Die brak bij een botsing zijn linkerbeen. Confrontaties Zwolle-Deventer lopen zelden goed af.

De Pelikaan stond die dag niet onder een goed gesternte. Op het voetbalveld gebeurde, ongeveer terzelfder tijd, precies hetzelfde. Wat te doen? Telefoon was er niet, dus: Er werd onmiddellijk iemand per fiets naar de stad gezonden, waarop dr. Frank spoedig met een ziekenauto verscheen. Transport naar het ziekenhuis volgde en zo was de sportdag toch nog goed afgelopen.

Het oorlogsgeweld kon je er maar kort mee verdringen. Vooral het lijden van België is in heel Nederland maar al te zicht- en voelbaar. Ten noorden van de grote rivieren is er nog enige orde, in Zwolle zijn intussen vanuit de overvolle kampen in Oldebroek en Gaasterland burger-vluchtelingen ondergebracht in de Manege van Odeon en geïnterneerde militairen in de Broerenkazerne. De vluchtelingen kon je al blij maken met een voetbal, waarmee vanmiddag op de Turfmarkt al lustig getrapt werd. Aldus bestaat er toch nog kans op een Holland-België wedstrijd te Zwolle!

De lust tot relativeren vergaat de krant echter volledig, als zij verslag doet van de toestand beneden de grote rivieren. Daar is de stroom vluchtelingen vooralsnog zo omvangrijk, dat de opvang wel te kort moet schieten. Uit het noorden komen met regelmaat hulptransporten, vooral met voedsel. Druppels op een gloeiende plaat. De krant brengt een reportage onder de titel: Zwolsche auto’s naar het Zuiden. Het is een hartverscheurend verslag, de honger is groot. In dichte drommen drongen de vluchtelingen aan om iets machtig te worden. We konden wel meer dan 3000 menschen aan een boterham helpen, maar we hadden toch ’t gevoel, dat ’t nog maar een druppel in de zee was – zooveel is er noodig.

En dat is dan nog alleen maar het voedsel. Maar er is een ware landverhuizing van Belgische vluchtelingen op gang gekomen, en de Zwolse hulpverleners kunnen maar zo weinig doen aan alle ellende. Maar al die arme boertjes langs den weg, ’t stemt zoo weemoedig, zoo hopeloos… die oude vrouwtjes, die kinderen, ’t is allemaal zoo zielig. Waar heb je meer aan – een druppel op een gloeiende plaat of een druppel in de zee?

Reacties