Verhaal

Zomeravondtoneel zonder publiek

Auteur: 
Sjaak Onderdelinden

Wat is in 1918 het Hofstad-ensemble? De Zwolsche Courant besteedt een uitvoerig verslag aan het gastoptreden van 10 augustus. Waarom? Gerenommeerde actrices of acteurs worden in de recensie niet vermeld, dus die zullen er wel niet bij geweest zijn. Dan is, net als honderd jaar later, de afloop voorstelbaar: Odeon bleef leeg.

Waarom Zaterdagavond zoo bitter weinig belangstelling voor het Hofstad-ensemble werd betoond, weten we niet. De thuisblijvers hadden in elk geval volgens de krant ongelijk, het spel was uitstekend geweest. Meer informatie krijgt de lezer niet, dus we kunnen nog wel even verder speculeren: Naast het ontbreken van beroemdheden was er ook geen sprake van een aansprekend, bekend toneelstuk, de dames en heren uit de Hofstad deden drie eenakters, en dan ook nog van onbestemde komaf, niet van een vertrouwenwekkende toneelschrijver. Dus het zal wel een typisch gemakzuchtig staaltje zomeravondtoneel geweest zijn, ik proef ook stevige onderschatting van de Provincie door de Randstad. Dat zou een verklaring kunnen zijn, waarom het Zwolse publiek het massaal liet afweten…

Een (goede?) gewoonte was het, honderd jaar geleden, om in recensies van toneelvoorstellingen uitvoerig de handeling, het plot van het gebodene na te vertellen. Van “spoilers” had men nog niet gehoord, en dat deed er verder ook niet toe, de Hofstadspelers waren toch al weer vertrokken. Waar die navertelling dan goed voor was, blijft ook wat raadselachtig, ik houd het maar op wat entertainment voor de krantenlezer. En dat is dan voor de lezer van nu weer interessant: Wat moest de schouwburgbezoeker indertijd amuseren?

De opbouw van de drie stukjes was duidelijk: comedy – tragedie – comedy. Lach of ik schiet – traantje – lach of ik schiet nog een keer. De eerste eenakter behandelt het thema jaloezie op komische wijze. Tragisch was het tenslotte al eens door Shakespeare behandeld, maar Othello kennen we nu wel, nu is het tijd voor een vrolijke variant: Man wijst vrouw op contact zoekende buurman, de vrouw schrijft die buurman een briefje dat hij moet ophouden (modernere media bestaan uiteraard nog niet, je schrijft je overbuurman gewoon een briefje!), de buurman komt verhaal halen, echtgenoot treft vrouw en buurman bij thuiskomst in zijn eigen woonkamer aan. Na heel wat dolzinnige toneeltjes komt tenslotte de jaloersche echtgenoot tot de overtuiging, dat zijn vrouwtje hem trouw is. Ja, ja, het vrouwtje, geëmancipeerd waren ze honderd jaar geleden nog niet.

Het middenstuk, de tragedie, gaat over een acteur die aan tuberculose sterft, terwijl zijn vrouw via bed-concessies aan de toneeldirecteur het engagement probeert te verlengen. De stervende schetst tegenover vrouw en minnaar het stuk dat hij bij zijn afscheid van het leven wil nalaten: een stuk over een stervende acteur die lijdelijk moet toezien hoe zijn vrouw het met de directeur houdt. Een tranentrekkende verdubbeling dus, die de actrice boven het lijk van haar man tot inkeer brengt. Op grond van de kranten-navertelling is maar één conclusie mogelijk: Wat een sentimentele draak!

Tenslotte een vrolijke uitsmijter, een hilarisch stukje onzin over een jonge weduwe, die zucht onder het regime van een driftige oom-oppasser, maar toch maar mooi weer aan de man geholpen wordt. Een aantrekkelijke en toch rijke jongeman vindt namelijk een opschrijfboekje van een blijkbaar demente heer, die al zijn plannen in dat boekje opschrijft, waaronder het doen van een huwelijksaanzoek. De weduwe heeft dan toch schik in zijn grappig optreden. Het eind van de geschiedenis is, dat hij zich werkelijk aan het jonge vrouwtje verbindt. Ja, ja, weer dat vrouwtje. Maar afgezien van het seksisme is het een wel erg onzinnig verhaaltje, het Theater van de Lach zou er zich voor geschaamd hebben. En dus een welgemeend compliment aan het Zwolse publiek, dat terecht lekker thuisgebleven was.

Reacties