Verhaal

Zaken zijn zaken (een artikel van 100 jaar geleden uit de Zwolsche Courant)

Zaken zijn zaken

 

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

 

 

Wat is bij het zakendoen belangrijker: de kwaliteit van de informatie of de kwaliteit van het product? Twee stukjes in de kranten van 25 en 26 augustus 1915 geven het antwoord: goede informatie is een stuk belangrijker dan een goed product.

De krant heeft de hand weten te leggen op een Engels lesboek over handelskennis, Commercial Geography, vervaardigd onder auspiciën van de Universiteit van Belfast en gevuld met interessante productinformatie over het Europese continent. Maar de krant kan er niet blij mee zijn. De introductie doet al het ergste vermoeden: Worden er in Nederland dikwijls schoolboeken gebruikt, waarin de kennis van het eigen land nogal te wenschen laat, het buitenland maakt het op dit gebied uit den aard der zaak veel erger. Het is een tendentieuze zin, met ‘sweeping statements’ op alle onderdelen en voor de eigen schoolboeken blijft de beschuldiging volledig onbewezen. Maar het is ook alleen maar een inleiding, om zich verder over het Engelse leerboek vrolijk te maken. In het bestek van een enkele kolom wordt de hele Nederlandse economie behandeld, van zuivel via visserij naar landbouw, van jeneverstokerij tot sigarenfabricage. De krant levert een letterlijke vertaling van het gebodene, zonder commentaar en vooral zonder foutenanalyse. Maar wel met een kritische conclusie: Het bovenstaande waarin bijna geen zin is die een juiste voorstelling van de toestanden geeft, toont wel, hoe noodzakelijk het is, dat over Nederland door ter zake kundigen in vreemde talen wordt geschreven, en dat de kennis van ons land ook in den vreemde wordt uitgebreid.

 

 

Het is maar net, wat voor eisen je stelt. Uiteindelijk werkt de productinformatie ook alleen maar, als het product zelf kwalitatief de toets der kritiek kan doorstaan. Dat is in het volgende bericht bepaald niet het geval. Dat de krant er verder geen kritische woorden aan vuil maakt, valt alleen maar te verklaren uit het feit, dat het feitenmateriaal zelf al zo gruwelijk is, dat iedereen zelf wel zijn conclusies kan trekken.

 

Wat is het geval? Er treedt zeer veel paardensterfte op. Vooral jonge paarden, ingeënt met een serumcocktail tegen allerlei ziektes, creperen op ellendige wijze. Het gevaar voor het publiek ligt hierin, dat men er toe overgegaan is, om deze dieren bijtijds af te maken; gaan ze dood, dan stinken ze verschrikkelijk en valt hun vleesch uit elkaar en is na een paar uren groen uitgeslagen. Dit vleesch van de afgemaakte paarden en ook wel van sommige gestorven paarden, wordt nu gekookt aan het publiek verkocht.

 

 

Zelden treft men in de eerbiedwaardige Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van honderd jaar geleden zulk beeldend taalgebruik aan. Misselijk makend, op verschillende niveaus. Opvallend is het uitblijven van journalistieke verontwaardiging. Laten we zeggen dat de woede geheel in de beschrijving is gaan zitten. Nu kwam de vleesverwerkende industrie in het Engelse leerboek niet voor. Gelukkig maar. Maar wie toevallig deze beide stukken naast elkaar legt, bekomt toch niet zo snel van zijn verbazing. Aan de ene kant is er volstrekt onbegrip voor een Engels boek, dat wellicht een enigszins onderbelicht overzicht van de Nederlandse economie geeft. Voor voordeligere zaken moet die informatie beter. Aan de andere kant is er het buitengewoon onsmakelijke verhaal over het paardenvlees, waarmee blijkbaar toch nog voordelig zaken viel te doen. Of, zoals onze grote schrijver Marten Toonder in zijn Bommel-verhalen de altijd weer succesloze boef Bul Super in al zijn avonturen laat opmerken: “Zaken zijn zaken”.

 

Sjaak Onderdelinden.

Reacties