Verhaal

Van het Westelijk front geen nieuws? (een artikel van 100 jaar geleden uit de Zwolsche Courant)

Van het Westelijk front geen nieuws?

 

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

 

 

Het veelgeprezen oorlogsboek van Erich Maria Remarque “Im Westen nichts Neues” verscheen pas in 1929, toen de Grote Oorlog lang en breed voorbij was. Het maakte grote indruk, vooral door de realistische loopgraaf-beschrijvingen, maar vooral ook door de bewering dat het thuisfront geen idee had van wat die jongens tijdens de dagelijkse gevechten meemaakten. Aan het alledaagse sterven ging de Duitse bevolking schouderophalend voorbij: grote doorbraken waren er van het front immers niet te melden. Zo kon er een enorme kloof ontstaan tussen de belevingswereld van de soldaten en die van hun families thuis. De getraumatiseerde soldaten werden bij terugkeer totaal niet begrepen en dus ook niet adequaat opgevangen.

 

Dat was de voorstelling van zaken – na de oorlog. Als je de Zwolsche Courant van september 1915 doorbladert, blijkt hoe dat kwam. Het thuisfront kon best weten van de ontzettende oorlogsellende. Ook al hadden de soldaten niet de beschikking over mobiele telefoons en sociale media, ze konden hun familie thuis toch prima bereiken – per brief. Soms kwam zo’n brief dan weer in de krant terecht: Op 10 september vertaalt de Zwolsche een aangrijpend frontverslag dat in de Kölner Zeitung gestaan had. Het is een rauw verhaal over een Engelse beschieting, waardoor de hele Duitse loopgraaf instort en de briefschrijver onder het zand bedolven raakt. Eindelijk gelukt het mij het hoofd vrij te krijgen. Een toneel van verschrikking zie ik voor mij. Gewonden liggen onder zand en puin. Heiland, help me! steunt de onderofficier. Die is even later dan ook overleden. Zo weet de verslaggever een schokkend beeld op te roepen van de oorlogsellende. Is het nieuws? Misschien niet, het is maar één beschieting van talloze. Maar het is verteld. Men kan het weten.

 

 

Het thuisfront wil het niet weten. De Berlijnse correspondent van de krant heeft een reis langs de grote steden van Duitsland gemaakt, en schrijft in de krant van 14 september een uitgebreid verslag over zijn observaties, die er hoofdzakelijk op neer komen dat het leven gewoon doorgaat, oorlog of geen oorlog. Nou ja, een verschilletje met vredestijd is de aanwezigheid van reusachtige krijgsgevangenenkampen en zo mogelijk nog omvangrijker lazaretten, maar daar kon je gemakkelijk langs kijken: Doch Dresden bleef toch vooral de stad die het altijd was: de stad der beroemde schilderijencollecties, der oude gebouwen en prachtige omgeving, de stad die als geschapen schijnt voor het dorado van gepensioneerde hooge ambtenaren, en waar gansche villawijken van vreemdelingen de voorliefde aantoonen, die Russen, Amerikanen en Engelschen juist voor deze plaats hadden. Een Wereldoorlog verder zou die voorliefde er heel anders uitzien…

 

Ook in München opmerkelijk weinig oorlogsoverlast, veel rustiger verkeer ook, wel indrukwekkende revalidatieklinieken. Maar verder merk je haast niets van de oorlog. Alle pensions aan de oevers van de prachtige Beiersche meren zijn vol als altijd, in het bekendste bierlokaal, het Hofbräu, is elk plaatsje bezet, kortom, het thuisfront sloot de ogen. Er was geen gebrek aan informatie, men weigerde eenvoudig, kennis te nemen van al te grote ellende. Nieuws genoeg van het Westelijk front – het drong alleen niet door.

 

 

Soms wel. Op 11 september vertelt de krant smakelijk onder het kopje Een jaloersche vrouw over een mevrouw uit Chemnitz die een kistje sigaren naar het front gestuurd had, ter verlichting van het oorlogsleed. Die kreeg een brief terug van de echtgenote van de soldaat die het kistje had mogen ontvangen en het als niet-roker naar huis gestuurd had. Die echtgenote was van dit soort vriendelijkheden niet gediend. In een briefje van twintig regels weet ze vijf keer te vermelden dat de soldaat thuis vrouw en vijf kinderen heeft: ik waarschuw en verzoek u dat schrijven te laten en niets meer te sturen aan den vader van een gezin met vijf kinderen, dat geeft maar ellende. Ellende willen we niet, in de oorlog.

 

Sjaak Onderdelinden.    

Reacties