Verhaal

Twee tentoonstellingen (een artikel van 100 jaar geleden uit de Zwolsche Courant)

Twee tentoonstellingen

 

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

 

 

Zwolle heeft elektriciteit gekregen! En nu mag de Zwollenaar leren omgaan met de Nieuwe Tijd. Natuurlijk liggen hier gouden kansen voor Zwols ondernemerschap, en de Zwolsche Courant wil best een handje toesteken met welwillende beschrijvingen van nieuwe producten in moderne winkeluitstallingen. De krant als reclameblad, dat was honderd jaar geleden heel normaal. Al met het opschrift “Tentoonstelling” wordt de lezer op het verkeerde been gezet – het gaat niet om kunstwerken, maar om elektrische apparaten, en die mogen eerst wel bewonderd worden, maar ze moeten toch vooral verkocht. Een expositie is dat niet, eerder een uitstalling of desnoods een verkooptentoonstelling.

 

 

Een kniesoor, wie over zulk commercieel woordgebruik struikelt. Interessant is het, vanuit het perspectief van 2015, te zien, hoe Zwolle mag leren omgaan met die elektrieke nieuwerwetsigheden. We kunnen er vooral aan zien, hoe vanzelfsprekend die voor ons nu allemaal zijn, wij zijn er totaal en geheel van afhankelijk, een stroomstoring zet het hele leven stil en de mensen in de kou. Honderd jaar geleden moest die tocht naar elektrificering van alles en iedereen nog beginnen. En dus heeft de firma Mesdag aan de Melkmarkt de winkel gevuld met verleidelijke verkoopwaar, zodat de Zwollenaar kan wennen en leren. De krant wil dat wel doorgeven en de voordelen aanbevelen, die niet alleen liggen in de verlichting, maar bovendien in tal van vernuftige toepassingen, waardoor men zich het dagelijksche leven kan veraangenamen en vergemakkelijken. Daarbij mogen we aan allerlei keukengerei denken: In electrische ketels brengt men het water aan de kook door ’t omdraaien van een knopje, electrische bedkruiken, broodroosters, strijkijzers en tal van andere apparaten verlichten het werk van de huisvrouw op merkbare wijze. De firma Mesdag propageert inderdaad de totale huishoudelijke revolutie, zoals blijkt uit het hoogtepunt van de “tentoonstelling”: Een bijzonder belangwekkende toepassing is de electrische stofzuiger, waardoor het stof op afdoende en hygiënische wijze in een zak wordt opgevangen. Zwolle ziet het licht, maar het krantenverslag heeft nog geen weet van de samenhang tussen licht en Verlichting en rept slechts van eenige wonderen der moderne techniek, de resultaten van ons Westersch weten en kunnen.

 

 

Dat laatste blijkt geen opschepperij, maar is een “elegant” bruggetje naar de tweede “tentoonstelling”. Daartoe begeeft de krant zich naar de firma Schoemaker in de Diezerstraat: Perzische tapijten. Hier geen Westers vernuft, maar Oostersche kunstwerken. Iran heet nog Perzië, politiek is in het geheel niet aan de orde, hier gaat het om de diepe, wondere aandoening, die de schoone uitingen der menschelijke ziel ons geeft. Na de technische hoogstandjes van de elektriciteit hebben we nu te maken met hoogstaande kunst: Elk kleed draagt een persoonlijk karakter en is een kunstuiting, gelijk te stellen met schilderstukken en poëtische ontboezemingen. En voort gaat de lofzang; zoals het Perzische kleed tot kunstwerk opgewaardeerd wordt, zo werkt de journalist zich op tot lyrisch dichter. Daar is sprake van gevoel voor harmonische kleurschikking, de kunstige wijze, waarop een motief wordt uitgewerkt, de liefde waarmee het werk is ondernomen en volbracht.

 

Nog net op tijd realiseert de verslaggever zich, dat bij een verkooptentoonstelling in de Diezerstraat de nadruk toch echt op “verkoop” moet liggen: wij twijfelen niet of vele kijkers zullen, bekoord door de Oostersche pracht, hier ten toon gespreid, ook koopers worden en zich het bezit verzekeren van een grooter of kleiner kleed, al naar smaak en beurs het beslissen. Want ook voor de kleine beurs is er iets van smaakvolle gading te vinden, daarvoor hebben we fraaie bidkleedjes, waarvan het ornament naar ’t oosten wijst. Dat fenomeen, een bidkleedje met ingebouwd kompas, is meteen de enige verwijzing  naar het mohammedanisme in het hele tentoonstellingsverslag. Dat kon toen blijkbaar nog: Mohammed komt niet voor, Allah ook niet.

 

Sjaak Onderdelinden. 

Reacties