Verhaal

Troonrede 1917 zonder troon (Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant)

Auteur: 
Sjaak Onderdelinden

Eind juni 1917 was een kersverse Tweede Kamer geïnstalleerd en toen was de Openingsrede door Hare Majesteit persoonlijk voorgelezen. Dus om nu op de derde dinsdag van september 1917 het parlementaire jaar al weer met een Troonrede te openen, ging wat ver, je moet die officiële optredens wel exclusief houden. En dus kwam ze in september niet, minister-president Cort van der Linden mocht het opknappen. Hij had dan ook als openingszin: De Koningin heeft ons opgedragen in haren naam de gewone zitting der Staten-Generaal te openen, waaraan je meteen kon zien dat het majesteitelijk meervoud (“pluralis majestatis”) niet alleen aan de majesteit was voorbehouden.

Die Troonrede was de kortste ooit. De Grote Oorlog werpt een zware slagschaduw over het land, zo niet letterlijk dan toch figuurlijk. De toekomst is geheel verduisterd, vrede is niet in zicht, honger wel. De vooruitzichten voor den komenden winter zijn weinig bevredigend. De Troonrede signaleert wel pogingen tot vredesonderhandelingen, maar die pogingen om aan de verschrikkelijke worsteling der volken een einde te maken, door ons volk met warme belangstelling begroet, hebben het beoogde doel nog niet bereikt. Voor een neutraal landje is dat geen gemakkelijke situatie. Wij (en nu betekent dat meervoud ineens niet meer de minister-president alleen) zijn nog steeds verplicht, te midden van elkaar fel bestokende vijanden, ons gereed te houden tot afweer van mogelijke inbreuk op onze neutraliteit.

Maar de hogere (oorlogs)politiek heeft gevolgen. De voorziening van ons volk met levensbehoeften en grondstoffen voor onze nijverheid wordt voortdurend moeilijker. Heel erg is ook de toenemende onbereikbaarheid van “onze” koloniën, of liever omgekeerd, de producten uit onze wingewesten bereiken ons steeds moeilijker. In zulke gevallen ontstaat als vanzelf een zalvende toon: Meer dan ooit is samenwerking van allen, zonder onderscheid van klasse of stand, onmisbaar om ons te midden van den stijgenden nood der wereld staande te houden. Dat was het wel zo ongeveer, het is niet bekend hoe mooi langzaam Cort van der Linden kon voorlezen, maar veel meer dan vijf minuten zal hij toch niet nodig gehad hebben.

 

De volgende dag publiceert de krant een persoverzicht, waaruit ook al weinig inspiratie, maar ook weinig oppositie blijkt. Het meest uitgesproken is nog Het Volk, dat weinig waardering heeft voor de gesloten overeenkomst, om geen politieke twistpunten aan de orde te stellen. De gevolgen laten zich raden, de troonrede is dus een mager beestje, een oorlogspaard. Dat kun je uiteraard ook positief zien, liberalere kranten wijzen vooral op den opzettelijken eenvoud van taal en stijl, die ook deze Troonrede kenmerkt. Nu ja, alle geciteerde kranten, van alle politieke richtingen, zijn het er wel over eens: in dezen tijd hebben wij aan groote, holle woorden minder behoefte dan ooit. Maar de pers mist toch in de regeringsverklaring de aankondiging van positieve activiteit, richting en troost. Men vindt dat deze Troonrede wel een voorzichtige poging daartoe doet. Maar zij kon het met grooter beslistheid, met grooter warmte doen. Zij voelt een beetje aan als een kille en natte Septemberdag. Mooie vergelijking, de troonrede als een kille, natte septemberdag. De krantenlezer zat er maar mee, zo’n politieke verklaring in mineurstemming. Vooral ook, omdat direct naast het persoverzicht van reacties op de Troonrede een officiële advertentie staat met een Distributieregeling voor Thee en Koffie. Want inderdaad, er bestaat al een Rijksdistributiekantoor voor Thee en Koffie, en als je ongebrande koffie wilt verkopen, dan moet je daar een vergunning voor aanvragen. Tja, als je het volk zo moet gaan beperken in de voorziening van de aller-, allereerste levensbehoeften, dan is de oorlogsnood hoog gestegen, en de krantenlezer van 1917 kon het einde van de ellende nog niet zien natuurlijk…

Reacties