Verhaal

Revue en Revolutie (artikel van 100 jaar geleden in de Zwolsche Courant)

Revue en Revolutie

 

 

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

 

De krant van 23 februari 1914 biedt aaneengesloten twee grote verslagen van belangwekkende gebeurtenissen uit het voorbije weekend: zaterdagavond werd het 20-jarige bestaan van sportclub Z.A.C. gevierd met een grootse revue, en op zondagmorgen sprak de oude anarchist F. Domela Nieuwenhuis voor de Vrije Socialistische Vereeniging – het is niet aan te nemen dat er ook maar één Zwollenaar bij beide manifestaties aanwezig was, dus de krant kun je niet missen, geen dag.

 

Revues door sportverenigingen, dat is een grote traditie bij Zwolse clubs in de twintigste eeuw, en Z.A.C. speelde daarbij een prominente rol. Muziek en sketches wisselden elkaar in kalm tempo af, het krantenverslag blijkt onder de indruk van vooral de bloemenmeisjes, die zich, een beetje op ’n afstand gezien, als bekoorlijke feetjes voordeden, maar, toen ze hun mondjes open deden, een lachsalvo deden opgaan door ’t sonore basgeluid der verkleede manspersonen. Dat was dus wel een beetje ‘lach of ik schiet’, zo’n travestiescène – succes verzekerd.

 

Domela Nieuwenhuis was niet uit op zulke lachsuccessen, al was effectbejag hem niet vreemd. Niet voor niets heette zijn zondagmorgenpreek Weg met den Staat, dien grooten tiran. De geroutineerde spreker (1846-1919) zaagde zijn planken van dik hout, uitgaande van twee fundamentele tegenstellingen. Ten eerste staat tegenover de algemeen acceptabele  samenlevingsvorm “maatschappij” de in zijn ogen perverse organisatievorm daarvan, de “staat”. Want die berooft de mensen van hun vrijheden en hun belastingcenten en in het leger maakt hij beroepsmoordenaars  van ze. De tweede tegenstelling is die tussen sociaaldemocraten en anarchisten. Socialisten willen door mee te doen aan de staatsinstituties die  naar hun hand zetten, anarchisten willen de staat helemaal afschaffen. Domela kiest voor het laatste, hij predikt de anarchistische revolutie.

 

Denk niet, dat de Z.A.C.-revue veel minder kritisch was. Satirische pijlen werden op de dichtstbijzijnde institutie gericht: de Zwolse gemeenteraad: Wie legde er hier zoo vlug/Een brug, de IJsselbrug?/Wie bouwde een nieuw stadhuis/Politie-bureau incluis?/Wie stuurt ons, is ’t zoo niet/Met ’n kluitje in het riet?/Wie heeft, wanneer het ging verkeerd/Publiek en pers geweerd? Welnu, die IJsselbrug liet nog vijftien jaar op zich wachten, en van een mooi stadhuis in Park Eekhout is het helemaal nooit gekomen, dus het antwoord luidde: Dat is de goeie Zwolsche Raad/Die hier aan ’t hoofd van alles staat./Daar in de Sassenstraat/Gaat het patent, zeer gesmeerd/En nooit verkeerd.

 

Satire is leuk, maar niet genoeg. Domela Nieuwenhuis gaat heel wat radicaler te keer, vooral tegen belastingen en tegen het leger: De Staat is, aldus somt spr. op, de groote  slok-op en de alles-verslinder, de medeplichtige der dieven, de groote monopolist, de belastingsschroef, en voorts een menschenmoordenaar! Zijn anarchistische alternatief is: werken alleen voor zover dat als nuttig ervaren wordt, en verder vrijheid voor allen. We moeten streven, zegt spr., naar het land der vrijheid, waartoe hij de aanwezigen opriep mede te werken door het verwerpen van den Staat, dien grooten tyran.

 

En de verslaggever besluit zijn nauwkeurige weergave met de (tevreden of teleurgestelde?) constatering: De vergadering verliep in goede orde. Dat had ook zomaar anders kunnen gaan.

 

Sjaak Onderdelinden.

Reacties