Verhaal

Ramptoerisme Zwolle-Antwerpen (een verhaal van 100 jaar geleden uit de Zwolsche Courant)

Ramptoerisme Zwolle-Antwerpen

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

 

In de herfst van 1914 is er een soort pendeldienst van Noord- naar Zuid-Nederland ontstaan. Waar de opvang van vluchtelingen uit België boven de rivieren redelijk georganiseerd verloopt, is er vooral in Brabant grote chaos en ook gebrek aan alles. Met bewonderenswaardige vanzelfsprekendheid wordt het noordelijke medeleven omgezet in voedsel- en kledingtransporten, ook vanuit Zwolle. De krant doet uitvoerig verslag van de moeizame autotocht van Zwolle naar Roosendaal, waar het geen enkele moeite kost de meegebrachte spullen aan hongerige en koude Belgen te slijten. Tot zover eigenlijk geen nieuws, zulke tochten waren intussen routine. Maar deze keer willen de meegereisde journalisten van de Zwolsche Courant meer, de situatie in het door de Duitsers gebombardeerde en bezette Antwerpen zou nu veilig genoeg zijn voor een verkennend bezoekje. Oorlogstoerisme. Ramptoerisme.

De auto in Roosendaal geparkeerd, komen de Zwolse verslaggevers ’s avonds per trein in Antwerpen aan, om direct te ervaren dat na acht uur de stad uitgestorven is. Zag men vóór dien tijd nogal veel gepoederde schoonen flaneeren, ook zij waren tegen het “sluitingsuur” zeldzaam geworden. Op straat tenminste, want achter hotel- en cafédeuren is er volop bedrijvigheid. Onze journalisten beperken zich tot discussies met Duitse soldaten en officieren, en leren al gauw, dat in Duitse ogen de Hollandsche pers anti-Duitsch was. Ze doen hun uiterste best om uit te leggen wat neutraliteit en objectiviteit inhoudt, en zo werd het toch nog heel gezellig. Geen wonder: De hotelhouder verzekerde ons, dat er door Duitsche officieren zeer veel champagne wordt gebruikt.  En de Zwollenaren kunnen het blijkbaar goed met de bezetter vinden, getuige hun opvatting: Wij voor ons gelooven dat de Duitschers de beste bedoelingen hebben – een verraderlijk zinnetje, waar verder helaas niet in staat, wat die bedoelingen dan wel mogen zijn.

 

Na een rijkelijk alcoholische nacht is het tijd voor een prima ontbijt, waarbij ons een overvloed van heerlijk, versch wittebrood werd voorgezet, zooals we het in Holland niet meer gewend zijn (beetje jaloers? Liever wittebrood dan vrijheid?). Vervolgens staat er een rijtuig klaar voor een rondrit door de gebombardeerde stad. Een armzalig paard moest ons trekken, maar dat was niet erg, zo miste je geen ruïne. Heele huizen en blokken zagen we in puin liggen, hier en daar uitgebrand. Na een paar uurtjes is de conclusie toch: We hadden nu het voornaamste van de stad gezien en onze totaal-indruk was, dat de verwoestingen ons meevielen.

En dus kon de terugreis met een gerust geweten aanvaard worden. In Roosendaal worden de auto’s weer bestegen en ’s nachts om drie uur is de reis voltooid. Tot besluit een woord van hulde aan de chauffeurs, die ons langs onbekende wegen zoo veilig weer terugvoerden in onze woonplaats aan het Zwarte Water. Na dat slotwoord volgt nog een evaluatie van de reis: een aanbeveling aan iedereen die in de gelegenheid is, toch eens een kijkje te gaan nemen in zo’n bezette stad. Want al was het maar een kort bezoekje, kunnen wij als onzen indruk weergeven, dat de burgers in Antwerpen kalm en rustig hun werk kunnen verrichten en van de Duitschers geen overlast zullen ondervinden. Het is blijkbaar een heel vriendelijke bezetting…

Sjaak Onderdelinden

Reacties