Verhaal

Overijssel onder Habsburgs bestuur, 1528-1647

Auteur: 
Caspar van Heel

Tot 1528 bleef de bisschop landsheer van Sticht en Oversticht. In dat jaar droeg hij de Temporaliteit over aan keizer Karel V. Al onder de bisschoppen waren de drie IJsselsteden: Deventer, Kampen en Zwolle zo machtig, dat de bisschop zonder toestemming der drie steden geen belangrijke beslissingen nemen kon.

Overijssel kende in haar geschiedenis slechts twee standen: Ridderschap en Steden. Samen met de drie ridderschappen in Salland, Twenthe en Vollenhove vormden de steden de Staten van Overijssel. En dat bleef zo onder de Habsburgers Karel V en diens zoon Philips II. Toen echter de Spaanse koning Philips II in 1581 als Landsheer werd afgezet door de Staten Generaal, was Overijssel het daarmee niet onmiddellijk eens. Voor zo’n belangrijke beslissing was toestemming van de Duitse keizer en advies van de Duitse Hanze noodzakelijk. Toen al was Overijssel een brug tussen Holland en Westfalen.

Opstand tegen koning van Spanje

De provincies, die zich sinds 1579 in de Unie van Utrecht verbonden, kwamen tegen de koning van Spanje in opstand. Niet alleen omdat Philips II de oude privileges niet respecteerde, maar ook omdat hij het plan had alle gereformeerden te verbranden of (ten minste) te verdrijven. Toen Alva in 1567 naar Brussel kwam om het Spaanse centralisme en de inquisitie in te voeren, vluchtten vele Nederlanders naar Engeland of bv. naar Wesel of Emden, waar de eerste synodes van Nederlandse gereformeerde kerken plaatsvonden. Tachtig jaar lang hebben de geünieerde provincies voor hun vrijheid gevochten. Tot de Westfaalse Vrede van 1648 - anders gezegd: de vrede van Munster - zijn er meer of minder oorlogssituaties, dan hier, dan daar geweest. Tussen 1572 en 1626 is op Overijsselse bodem oorlog gevoerd.

Twaalfjarig bestand

Van 1609 tot 1621 was er een bestand. Dit Twaalfjarig bestand is voor Overijssel heel belangrijk gebleken. In deze oorlogspauze heeft de Contra-Reformatie de tijd gehad om zich te reorganiseren. Nadat in 1621 de wapens weer werden opgenomen, heeft dat voor de geloofsverhoudingen geen wezenlijke veranderingen met zich gebracht. De gebieden van Overijssel, die tussen 1609 en 1621 Spaans waren zijn nu nog overwegend rooms-katholiek, de andere gebieden overwegend protestants, dat wil zeggen Calvinistisch.

Mennonieten

In de steden in Twenthe en in Giethoorn en Blokzijl zijn ook vele doopsgezinden. Zij het dat deze niet zo wild als eerder in Munster waren. Het ging om Mennonieten, die absoluut geen politieke invloed wilden hebben. De weinige Luthersen in de handelssteden langs de IJssel waren meestal kooplieden van Duitse herkomst, zoals bv. in Zwolle de familie Thorbecke, waarvan het familielid Johan Rudolf Thorbecke in 1848 minister-president werd. Hij bepaalt met zijn grondwet uit het zelfde jaar nog steeds het Nederlandse staatsrecht.