Verhaal

Mobilisatie in Zwolle (honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant)

Auteur: 
Sjaak Onderdelinden

De paniek is enorm. Op internationaal politiek niveau begint direct een ingewikkeld spel, waarbij Rusland, Duitsland en Oostenrijk-Hongarije doen alsof ze vredelievend zijn, maar tegelijkertijd met de oorlog beginnen. Nederland wil buiten schot blijven en er zijn bij het uitbreken van de oorlog geen tekenen dat dat niet zal lukken. Maar de bevolking is er niet gerust op en ziet in de mobilisatie reden genoeg, zich buitengewoon ongerust te maken.

Wat is dan het eerste, waar je als gewone burger aan denkt? Aan de dagelijkse boodschappen. Wie de geregelde voedselvoorziening wantrouwt, begint te hamsteren. Al op 1 augustus 1914 ziet de Zwolse burgemeester zich genoodzaakt tot een oproep in de krant, waarin hij zijn ingezetenen oproept hun kalmte te bewaren en zich te bepalen tot den aankoop van hunne gewone dagelijksche benoodigdheden.

Helemaal onbegrijpelijk was dat niet, want sommige winkeliers zagen er geen been in, hun voordeel te doen met de onrust. Niet via de broodvoorziening,  want men wist, dat er van broodgebrek in de verste verte geen sprake zal zijn; er zijn voldoende voorraden in de stad aanwezig.Neen, merkwaardig genoeg was er een eerste poging tot prijsopdrijving bij de verkoop van … zout. Al op 3 augustus ziet de Zwolse N.V.Zoutziederij “In Sale Salus” (uw ziel en zaligheid zit in ’t zout) zich genoodzaakt tot een advertentie van niet minder dan een halve pagina. In chocoladeletters. Daar staat in dat de winkeliers die het product nu tegen zo’n extreme prijs verkopen, het de dag er vóór nog ingekocht hadden – tegen de normale prijs. Dat dus het publiek zich niet late dwingen abnormaal hooge prijzen te betalen. Er is voorraad genoeg.

Wat doet Zwolle tegen de maatschappelijke onrust? Men vormt een centraal-comité onder leiding van de burgemeester, om eventueel noodzakelijke liefdadigheid te organiseren, om gedwongen werkeloozenin te zetten op werkplekken van gemobiliseerden en om bij verslechtering der toestanden (…) te doen, wat dan noodig is. Maar erg concreet hoeven de werkzaamheden nog niet te worden. Wat op ’t oogenblik het meest noodig is, kan het comité eigenlijk niet verschaffen, dat is: kalmte en bezadigdheid.Commissie en krant hebben daar alle vertrouwen in, want wij zijn een nuchter en bedaard volk, zoodat wij niet twijfelen, of ieder is ook thans nog in ruime mate van deze artikelen voorzien.

Dat hing er maar helemaal van af, hoe hard je getroffen was door de mobilisatie-maatregelen. Treinreizen waren, behalve voor militairen, vrijwel onmogelijk, en ook de Zwolsche Tramwegmaatschappij moest aankondigen, dat wegens onteigening van paarden ten behoeve van ’s rijks dienst, tot nadere aankondiging met beperkten dienst zal worden gereden.Die paarden kon je aantreffen op de Turfmarkt en langs de Nieuwe Vecht tot in de Rhijnvis Feithlaan toe, waar ze ter keuring stonden opgesteld. Menige boer en stalhouder zal zijn paarden noode missen, om van onze Zwolsche tram en de houders van luxe paarden niet te spreken.

En dan had je nog de betreurenswaardige restanten van de zo abrupt afgebroken kermis: alleen een groote massa afval en vuil, dat onze pleinen een onooglijk aanzien geeft.Zwolle was behoorlijk van slag.

Reacties