Verhaal

Koninklijk bezoek in Twente

Auteur: 
Sjaak Onderdelinden

Juni 1914 – Koningin Wilhelmina kende de uithoeken van haar koninkrijk nog niet en dus was het tijd voor een eerste bezoek aan Oldenzaal en Ootmarsum; de Zwolsche Courant is er bij met een speciale pers-tuf en maakt veel werk van een paginagroot verslag: De Koningin in Twenthe.

Voor een deel is het een serieus bericht over de intensieve wijze, waarop de Koningin zich laat voor lichten over de weef-industrie.Voor een ander deel viert de reporter zijn taalkundige lusten bot op fraaie natuurbeschrijvingen: Nu reden we door rijke, golvende graanvelden, waarachter het kerkje van Reutum opdook, dan weer kwamen we door een veenachtige heide, die ver weg blauwde en waar aan de zilverige plassen het donzige wollegras wiegelde en wuifde in de wind.Let op de vele bijvoeglijke naamwoorden, die het rijke gevoelsleven van de auteur demonstreren. Let ook op de haast overdreven w-alliteratie aan het slot, die literaire ambitie verraadt.

En dan is er het verkeer. De persauto van de Zwolsche wil graag in het spoor van de hofauto’s blijven, en dat blijkt niet eenvoudig. Binnen de bebouwde kom gaat het nog wel, maar op de buitenwegen gaan  de remmen los: Het is bekend, dat de Koningin er van houdt, hard te rijden met de auto – en deze lust heeft zij gisteren dubbel en dwars gebotvierd. Met een 60 K.M. gangetje , en soms nog sneller, suisde zij de volgauto soms ver vooruit. Bovendien is het achter de hofauto’s pure Wild-West. De wagen met de vertegenwoordigers van de “Koningin der Aarde”,zoals de pers zich gaarne ziet, verdiende in eigen ogen de plek direct achter de koninklijke auto’s, maar daar dachten eenige particulieren, die ons aanvankelijk achterop reden, anders over en zo wordt het achter de koninklijke en prinselijke ruggen een wilde jacht, met onverantwoorde inhaalmanoeuvres op stoffige zandweggetjes: terwijl onze wagen vervaarlijk helde, vlogen we als een pijl uit de boog rakelings langs de boomstammen de hindernissen voorbij, zoodat we nu zoo vlak achter de hof-auto aankwamen, dat we de stof wel konden snijden.

Want de wegen zijn van zand en grind, en bij de hoge koninklijke snelheden hadden we heel wat van de stofwolken te verduren. Ons zwart costuum en de hooge dop werden dan ook spoedig herschapen in een “symphonie in grijs en grijs”.Want het was natuurlijk een open wagen. Op het station van Almelo neemt de Koningin – overigens uiterst smaakvol gekleed in een licht-lila japon en een dito hoed met witte veer – afscheid van Twente, maar het koninklijke gezelschap moet nog wel even wachten, tot de koninklijke trein komt voorrijden. Er wordt nog even gebabbeld  met eenige groot-industrieelen, maar daarnaast zijn de Twentse gesprekspartners uitsluitend lieden van adel. De mooiste naam uit de reportage: Mevrouw Douairière Roessingh Udink-Taets van Amerongen.

Speelde het volk dan helemaal geen rol?  Natuurlijk wel, het mag langs de kant staan juichen.  En op het perron van Station Almelo is men nog minzaam tegen de menschen, die er in geslaagd waren op ’t perron te komen. Bijzonder innemend lachte zij enkele typische boerenvrouwtjes toe, die met een sleep kroost voorbij zeulden. Want moederschap verbindt. Prinses Juliana, die op ’t Loo gebleven was, is dan net vijf.

Reacties