Verhaal

Het Nederlandse leger in de Zwolse bioscoop (honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant)

Auteur: 
Sjaak Onderdelinden

Juist in vredestijd moet je veel reclame maken voor het leger. Als je vrede wilt, moet je je goed voorbereiden op de oorlog, dat is een oude stelregel, waar ook nog eens het prijskaartje ‘wapenhandel’ aan hangt. Oorlog is een prachtig verdienmodel, maar vrede ook – blijkbaar en helaas. Het gaat bovendien niet alleen om duur wapentuig, er moeten ook mensen geworven worden. In de eenentwintigste eeuw zie je dan ook aantrekkelijke reclamespotjes op de tv, waarin een spannend, avontuurlijk leven voorgespiegeld wordt. Van bloedige, bloederige oorlogsellende nooit een spoor, de propaganda doet net of oorlog mooi en leuk is. Daar is het dus ook reclame en propaganda voor, de werkelijkheid wordt aan de nieuwsuitzendingen overgelaten.

Toen er nog geen tv was, moesten er andere wegen voor militaire propaganda gezocht worden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam daar voor Nederland nog het probleem bij, dat we een eilandje van vrede wilden zijn. Dan moest het volk dus extra van de noodzaak overtuigd worden, dat we een sterk leger moesten onderhouden. Iedereen zag natuurlijk de gevolgen van de mobilisatie wel, maar hoe die ingewikkelde machinerie van marine, leger en luchtmacht nou precies werkte, dat onttrok zich aan de blikken van de burger. Daarom maakte het Ministerie van Oorlog een documentaire, die met groot succes overal in het land vertoond werd. Voorjaar 1917 liep ook de Zwolse bioscoop “De Kroon” vol.

Destijds had men nog tijd: de documentaire wist het publiek niet minder dan twee-en-een-half uur lang aan het bioscoopdoek te kluisteren. Wat was nu precies de bedoeling? Ons volk te toonen hoe ons leger en onze vloot is uitgerust en geoefend, wat er gedaan wordt voor de verpleging, de voeding en de verzorging van al die honderdduizenden  en op welke wijze ons land zich heeft voorbereid op een mogelijken strijd. Een documentaire voor propagandadoeleinden, zoveel is wel duidelijk. Hoe win je nu zo snel mogelijk de belangstelling en de sympathie van het volk? Door het te overdonderen met indrukwekkende massaliteit, en dan niet te krijgshaftig, maar zo dat de burger aanknopingspunten met zijn eigen leven heeft: Wie gisteravond gezien heeft de kudde vee, die het vleesch levert voor één dag voor nog maar een deel van ons leger, de bergen brood, op één dag in een militaire bakkerij gebakken, de karrevrachten met dekens, die in een wasscherij gewaschen worden – ongetwijfeld gingen er zuchten van verbazing en bewondering door de bioscoopzaal: de eerste slag om burgerlijke acceptatie was al gewonnen. Vervolgens laat je de oefeningen met handgranaten, de gasmaskers, de stalen helmen, het afweergeschut voor vliegtuigen aan de verbaasde burger zien, en zijn hart is al half veroverd.

Dan wordt het tijd, ook de esthetiek in de strijd te werpen. Ware schilderijtjes worden vertoond: de galop der artillerie over de heide, de oefeningen der mitrailleurs met hun hondenbespanning, de overtocht van rivieren door cavalerie, een terreinrit der kadetten, de tocht der torpedobooten bij woelige zee, het onderduiken en weer aan de oppervlakte verschijnen van een duikboot, de tegenlichtopname van de “Gelderland” , allemaal prachtscenes, die je je zo in een actueel  wervingsfilmpje kunt voorstellen.

Iets gedateerder komen de komisch bedoelde stukjes over, het “bain mixte” van soldaten en mitrailleurhonden, het zwemmen van 4000 soldaten tegelijk te Scheveningen, maar het punt is wel gemaakt en de belangstelling gewekt voor allerlei soorten van militaire training. Twee en een half uur lang wisselen de beelden uit het rijke soldaten-leven elkaar af. Tja, als de verslaggevende bioscoopbezoeker het soldatenbestaan al “rijk” gaat noemen, is het pleit wel beslecht: Het leger en de vloot hebben tenslotte geen geheimen meer voor ons. Missie geslaagd!

*Titelfoto: De eerste bioscoop in de provinciehoofdstad, De Kroon van D.I. Pinto, beleeft op zaterdag 29 juli 1911 in een verbouwde melksalon zijn première (Beeldbank HCO).

Reacties