Verhaal

Het moreel van ons leger (honderd jaar geleden uit de Zwolsche Courant)

Auteur: 
Sjaak Onderdelinden

Nu de Grote Oorlog in augustus 1915 een jaar oud is, begint in het neutrale Nederland de mobilisatie storend door te drukken, er is sprake van een in ons leger groeiende ontstemming. Volgens een beschouwing in de Nieuwe Amsterdammer, gretig overgenomen door de Zwolsche, ligt dat aan een totaal gebrek aan flexibiliteit bij de legerleiding, die er voor past zich in burgerlijke belangen  te verplaatsen. De groeiende spanning tussen militaire eisen en burgerlijke wensen zorgt er voor, dat juist de menschen met gezond verstand en goeden wil, dat de eenvoudige plichtdoeners met en zonder streepen, dat de reserveofficieren, met vaderlandsch idealisme bezield, het bloed voelen in opstand komen. Al een heel jaar heeft men zijn gewone werk voor het leger in de steek moeten laten. En of het nu ambtenaren betreft of zelfstandige ondernemers, bij iedereen groeit het heimwee naar het “gewone” werk. Te meer omdat het gemobiliseerd-zijn niet bepaald levensvullende bevredigende werkzaamheden met zich mee brengt. Dus is er onvrede aan beide kanten, zowel in de kazerne als aan het thuisfront.

De krant produceert schrijnende voorbeelden van Groningers die in Maastricht gelegerd zijn (en omgekeerd) en door die grote afstand de thuis opgebouwde firma zien afbrokkelen. Maar het kan erger: De Bredaase werker moet, gelegerd in Princenhage, van wel heel dichtbij toezien hoe zijn baan-van-voor-de-oorlog verloren gaat. Voor dat toekijken hebben ze ook nog eens alle tijd, want wat doen de gemobiliseerden zoal? 23 uren per etmaal niets en een uur per dag gedicteerde briefjes schrijven, dat de orders “niet worden begrepen”. Daar maakt de krant een uitgebreide karikatuur van, als zou ons leger zich uitsluitend bezig houden met het heen en weer schuiven van briefjes met “orders niet begrepen”…

De oproep, aan deze militaire misstanden een einde te maken door creatieve omgang met de mogelijkheden tot het verlenen van verlof, is natuurlijk aan officieren-dovemans-oren gesproken. Van die kant zal de oplossing niet komen. Wel van de andere kant: gemobiliseerden gaan zich in groeiende aantallen ziek melden. Want dan hebben ze een goede kans, wegens tijdelijke ongeschiktheid naar huis te mogen, om daar te redden, wat er nog te redden valt. Dit begint nu uit de hand te lopen, zoals de krant van 19 augustus 1915 meldt. De inspecteur van den geneeskundigen dienst der landmacht werd voor het verlenen van een vergunning regelmatig gepasseerd, zodat de legerleiding nu flinke tegenmaatregelen moet nemen: Mitsdien zullen alle militairen, die zonder machtiging van dien inspecteur met verlof zijn gezonden, onder de wapenen moeten terugkeeren. Dat heeft het moreel vast aanzienlijk opgekrikt.

Wat hadden ze dan eigenlijk te doen, al die gemobiliseerde doch neutrale soldaten? De grenzen moesten natuurlijk bewaakt worden, ook het luchtruim. Heel af en toe verschijnt er een berichtje in de krant, waaruit valt af te lezen, wat bijvoorbeeld zo’n schending van het luchtruim voor militaire activiteit met zich mee bracht: Onder het kopje Een Duitsch luchtschip volgt een bericht dat hier vanwege zijn poëtische schoonheid volledig mag worden weergegeven: Heden kwam een Zeppelin, de L no.10, over de Zuiderzee over Vlieland. Er werd een geweer- en kanonvuur op het schip geopend, dat, na meer dan een uur in de buurt te hebben rondgezworven, tusschen de eilanden Vlieland en Terschelling door in de wolken verdween. Het was dus ons parate leger niet gelukt, die Zeppelin in brand te schieten en uit de lucht te halen. Jammer. Orders niet begrepen?

Reacties