Verhaal

De Zwolse Gaarkeuken (Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant)

Auteur: 
Sjaak Onderdelinden

Naar woord: gaarkeuken. Je krijgt een visioen van onsmakelijk, kapot gekookt voedsel, dat die naam nog nauwelijks verdient. Begrijpelijk, dat Zwolle liever een wat neutralere naam kiest: De Centrale keuken. Eind 1917 is het zo ver: door de nood der tijden heeft Zwolle tot zo’n Centrale keuken besloten. Men heeft geleerd van min of meer mislukte experimenten elders en wil het nu beter doen. Er zijn in deze fase, in de vierde Oorlogswinter, twee dwingende argumenten. Duidelijk is de crisis in de voedselvoorziening, die bij het instorten van de wereldhandel erg dreigend is geworden. Maar dwingender is nog het probleem van de brandstof, waar je centraal zoveel beter op kunt besparen dan elk huishouden afzonderlijk. Zo kost een warme maaltijd voor een gemiddeld gezin in de Centrale keuken aan brandstof slechts ongeveer 3 cent per dag. Hoeveel dit kost, indien het eten thuis bereid wordt, zal ieder huismoeder beter weten dan wij. Het is geen erg overtuigende rekensom, maar de bedoeling is duidelijk. Het gaat om zorgvuldige omgang met zowel brandstof als voedsel, kostenbesparing is het toverwoord. Deze Centrale keuken is dus niet in de eerste plaats armoedebestrijding, maar richt zich op een breder doel: goedkoop voedsel voor de hele Zwolse bevolking. De toegang tot de Centrale keuken verloopt dan ook via een bonnensysteem. Wil men nu eten van de centrale keuken betrekken, dan kan men bij de daarvoor aangewezen winkeliers bonnen kopen. Dat dan weer wel tegen inlevering van de gewone levensmiddelen-rantsoen-bonnen, want anders zou je dubbel kunnen scoren…

Er was een perfecte locatie voor deze Zwolse Centrale keuken gevonden, namelijk de hal op de Nieuwe Markt, die alleen nog maar dichtgetimmerd en ingericht hoefde te worden. Dat was blijkbaar efficiënt gedaan, want de krant meldt tevreden dat er nu een gebouw staat, waarvan niet alleen de ruimte imponeert, doch dat ook wat inrichting en afwerking betreft alle critiek kan doorstaan. De reporter is diep onder de indruk van de reusachtige kookpotten, de ruim opgezette werkbanken en spoelruimte. Dit alles ziet er prachtig uit, zoo fraai, dat een huismoeder er jaloersch op zou worden. Ook de secundaire arbeidsvoorzieningen waren prima in orde. Zo is er een schaftlokaal voor de mannen en een voor de vrouwen. Gemengd zwemmen is nog ver weg, maar gemengd eten blijkbaar ook. Zes dagen per week is de keuken in bedrijf, twee dagen soep, twee maal aardappelen, vlees en groente, twee dagen zonder vlees, maar dan met meer vet. ’s Zondags gesloten, maar niet vanwege de zondagsrust: ’s Zondags wordt er niet gekookt, zoowel om het personeel vrij te kunnen geven als omdat men dan liever wat beter maaltijd heeft en dezen beter zelf kan bereiden. Kijk, dat is nou jammer. Zo werpt de zondagsluiting een schril licht op de doordeweekse kwaliteit…

De Centrale keuken wordt plechtig geopend door Burgemeester Van Roijen. Die houdt een fraaie toespraak over de nood der tijden, waarvan hij hoopt dat alle Zwollenaren nog zullen merken, hoe erg het allemaal is. Tenminste, zo staat het 31 oktober in de krant. Daar volgde wel een telefoontje uit het Gemeentehuis op en de volgende dag kwam er prompt correctie: de Burgemeester hoopte dat niet, hij verwacht het. En daarom stelt hij een opschrift boven de keuken voor: Berusting. Merkwaardig. De Zwolse bevolking reageerde in elk geval positief. Vele tientallen kwamen een kan vol dampende erwtensoep halen, de uitgifte verliep vlot, ook op de distributiepunten elders in de stad. Lange rijen vrouwen, mannen en kinderen, gichelende (!) dienstmeisjes, die nog wat onwennig rondkeken, ze werden allemaal vlot bediend. En wij leren, honderd jaar later, dat dienstmeisjes het eten gingen ophalen voor hun werkgevers!

Reacties