Verhaal

De vrouw in 1916 (honderd jaar geleden in de Zwolse Courant)

Auteur: 
Sjaak Onderdelinden

Vrouwen van nu zullen wel met grote verbazing naar hun voorgangsters van een eeuw geleden kijken. De vrouwenemancipatie kwam er wel aan, maar het mannelijke bolwerk is nog in hevig, zij het vergeefs verzet. Het vrouwenkiesrecht is bijna bevochten, maar nog lang niet alle mannen zijn bereid zich daar bij neer te leggen.

In de Zwolsche Courant verschijnt een nuttige serie onder de titel De Vrouw van 1916, ondertekend door ene X. Het is te hopen dat zich daar een Xandra of Xander achter verschuilt, en geen draconische Xantippe. Als gebruikelijk in de krant van een eeuw geleden blijft dat raadsel onopgelost. Maar een nuttig stukje is het wel.

Honderd jaar later kun je je alleen maar verbazen over de bruutheid, waarmee mannen hun achterhoedegevechten voeren. Veel minachting is er nog bij van die mannen, die slechts een dommen spotlach over hebben en de eminente leidsters voor vrouwenrechten voorstellen als idiote karikaturen, paskwillen en onnatuurlijke gedrochtelijke wezens.

Hoe mag je je die karikaturen voorstellen? De Gelderlander is bij de Tweede Kamer gaan kijken, waar permanent voor het vrouwenkiesrecht gedemonstreerd wordt. Hoe zien die demonstraties er uit? Wat je daar ziet is het stichtelijk schouwspel van een groep gebrilde, gehobbezakte, geboorde of op andere wijze toegetakelde vrouwen. Wat “geboorde” vrouwen zijn, weet ik niet, maar de bebrilde hobbezakken zijn ruim voldoende om de satirische tendens te snappen. Daar blijft het niet bij. De Wageningsche Courant weet precies, wat er van de Tweede Kamer bij gemengde bezetting terecht zal komen: een paarkamer, een trouwkamer, een kraamkamer, een kinderkamer. Natuur gaat boven de Leer.

Dit sombere toekomstperspectief staat dan weer in schrille tegenstelling tot de observaties van deze Wageningse macho over de seksuele aantrekkelijkheid van de strijdsters voor emancipatie: Er was er geen één bij, die lief was en mooi (…). Houterige wezens waren de meesten, pijpestelen, erwtjes op een plankje, met kwebbelmondjes overdwars. Het staat er echt, en het blijft er niet bij, al die vrouwen, ze deden me denken aan petroleumgietsters, gifmengsters, mannenmoordenaressen: ze hadden niks vrouwelijks over zich. Tot zover de mannelijke bijdrage, waar je op zijn best van kunt zeggen, dat zulke teksten op zich zelf al bewijzen dat de mannen voor een verloren zaak vechten.

Daar moest iets tegenover staan, en gelukkig beschikt De Nieuwe Amsterdammer over een vrouwelijke journalist, Martina G. Kramers, die met haar welversneden pen wel een antwoordje klaar heeft. En heel wat beschaafder. Even kan ze wat satire niet laten bij de bezichtiging van de heren politici in de Tweede Kamer: Die kaalhoofdige oude heren, die niet eens allen voor Adonissen kunnen poseeren. Nou, dat valt als scheldkanonnade een beetje tegen, maar is in zoverre geruststellend, dat met zulke “gifmengsters” aan de ene kant en “kaalhoofdige oude heren” aan de andere het gevaar, dat de Tweede Kamer tot “paarkamer” zou verworden, nogal overdreven lijkt.

Verder doet de journaliste goed werk door de situatie, als een soort utopie, of misschien een toekomstvisie, om te draaien: Een Tweede Kamer met uitsluitend vrouwelijke leden, die het mannelijk volksdeel voortdurend op zijn enige verplichting zou wijzen, namelijk de kost verdienen voor het huisgezin, in plaats van zich met de politiek te bemoeien. Het grote verschil zou dan zijn, dat er echte discussie zou plaats vinden, met uitwisseling van argumenten, en geen nutteloos gedram van machtspreuken.  Maar voor het zover is, moet er nog heel wat voor de Ridderzaal gedemonstreerd worden.

En daar trouwens niet alleen. In de Amsterdamse Plantage-schouwburg loopt met veel succes de revue Jus Suffragii, wat bij de oude Romeinen al niets minder dan “stemrecht” betekende, nu dus door de suffragettes overgenomen voor het vrouwenkiesrecht. Dat gaan de mannen niet meer tegenhouden.

Reacties