Verhaal

De ondergang van de Tubantia

 

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

 

De Tubantia was een mooi, gloednieuw passagier- en vrachtschip, in 1914 gebouwd en te water gelaten, bedoeld voor de lijndienst Amsterdam – Buenos Aires van de Hollandsche Lloyd. Het stoomschip was in maart 1916 nog maar net uit Amsterdam vertrokken, met bijna vier maal zoveel bemanningsleden als passagiers (krap 300 om 80 – er was ruimte voor wel 1500 passagiers, maar de angst voor torpedo’s van onderzeeboten zat er goed in), toen het in het Kanaal wegens mist en lastige golfslag (!) voor anker ging om het daglicht af te wachten. Alle lichten aan, om goed zichtbaar te zijn als neutraal passagierschip. En inderdaad, goed zichtbaar was het.

 

 

De officiële mededeling van het Departement van Marine luidde, dat het stoomschip door een torpedo is getroffen, daar de witte streep (bellenbaan), door een gelanceerde torpedo veroorzaakt, duidelijk is waargenomen. Toen deze streep op het midden van het schip uitkwam, volgde de ontploffing. Fraai verlicht en stilliggend, was het schip een “sitting duck”. Niet te missen. Netjes in de midscheeps getroffen, twee meter onder de waterlijn. Om half drie in de vroege ochtend van 16 maart werd men op het schip door een ontzettende schok opgeschrikt, tengevolge waarvan alle glaswerk aan boord in splinters werd geslagen, de kaartenkamer, de rookkamer en de bibliotheek een ruïne werden.

 

Tegen zeven uur zonk de Tubantia, dus er was voor passagiers en bemanning, ondanks de nachtelijke verrassing, nog wel tijd voor de reddingsboten. Er waren, wonder boven wonder, geen slachtoffers te betreuren, iedereen kon in Hoek van Holland aan land gezet en naar Amsterdam teruggebracht worden. De meesten waren zeer primitief gekleed, sommigen in hoofdzaak in een wollen deken of een oliejas, uit hun slaap opgeschrikt als zij allen waren. Tegenwoordig biedt het wrak nog een geliefde duikplek, ook al vanwege onbevestigde berichten over goud aan boord…

 

Destijds ging het uiteraard onmiddellijk over de schuldvraag. Die was niet moeilijk te beantwoorden: er was een Duitse duikboot gesignaleerd. De Zwolsche Courant  schept er nu een duivels genoegen in, ruimschoots het ontkennende gedraai uit Duitse kranten te citeren. Zo wordt uit de Vossische Zeitung overgenomen, dat de onrust onder de Nederlandse bevolking groeiende is, hoewel men over de nationaliteit van de duikboot nog in het ongewisse is. Trouwens, was het wel een duikboot? Van deskundige zijde verneem ik (de Duitse correspondent in Amsterdam) dat ’t zeer twijfelachtig is, of de Tubantia getorpedeerd is. Het is veel waarschijnlijker, dat het schip op een mijn is geloopen, omdat er op de plaats, waar het ongeluk plaats had, reeds wekenlang vele drijvende mijnen gezien zijn. En er waren ook twee Engelse onderzeeërs gespot. Daarmee is de Duitse verdedigingslinie compleet: Het was maar een ongeluk, waarschijnlijk met een mijn of anders door de Engelsen.

 

 

Die Engelsen plaatsen daar huichelachtige deelneming tegenover, want hier ligt natuurlijk een gouden kans, om een neutraal land (dat ook nog bekend staat om voornamelijk Duitse sympathieën) het eigen kamp in te trekken. Dus schrijft de Daily Telegraph, dat er geen enkele reden is, om te twijfelen, dat de lage daad is bedreven door een Duitsche duikboot. En het is toch zo belangrijk voor een handelsnatie als Holland, dat de verbindingen tusschen moederland en overzeesche koloniën worden gehandhaafd. Want wacht u voor Duitse hegemonie te land en op zee, want kan er dan aan worden getwijfeld, dat Duitschland dan de heele wereld de boeien zou aandoen en haar in Teutoonsche slavernij zou houden?

 

De Nederlandse pers reageert eensgezind op deze doorzichtige poging, de neutraliteit te doorbreken. Als de ene oorlogvoerende partij iets schandaligs doet, betekent dat nog niet dat zulke misdaden ons van erkentelijkheid jegens de andere zouden behooren te vervullen. Met andere woorden: Laat Nederland nou maar lekker neutraal.

 

Sjaak Onderdelinden.      

Reacties