Verhaal

De jarige Bouwmeester (Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant)

Auteur: 
Sjaak Onderdelinden

Het moet een geweldige ervaring zijn, twee van de meest beeldbepalende bouwwerken van Nederlands hoofdstad ontworpen en (mede) uitgevoerd te hebben. In de laatste decennia van de negentiende eeuw bezorgde de beroemde architect Pierre Cuypers zichzelf die ervaring: het Rijksmuseum en het Centraal Station zijn overduidelijk van dezelfde hand, inderdaad, die van Cuypers. Ook al was hij in die tijd al lang een architect van internationale reputatie, vanzelfsprekend was het toch niet, dat hem die grote en eervolle opdrachten gegund werden, vooral boven de rivieren had hij met een niet geringe handicap te maken: hij was rooms-katholiek.

Men dient ze niet met elkaar te verwarren, al lijkt me die kans gering: De onbetwiste leider van het protestantse volksdeel was de politieke volksmenner Abraham Kuiper, de beroemdste katholieke Nederlander was Pierre Cuypers, die als architect zo’n gedecideerde wending aan de neogotische bouwwijze had gegeven. Je moet er van houden, maar indrukwekkend en monumentaal is die stijl in elk geval wel. Deze Cuypers bereikte in mei 1917 de (toen zeker) gezegende leeftijd van negentig jaar (overlijden zou hij in 1921) en daar werd in de pers uitgebreid aandacht aan besteed, ook in de Zwolsche Courant.

Drie hele kolommen worden aan hem gewijd, echt een uitgebreid stuk. Bepalend voor Cuypers’ architectonische opvattingen was, uiteraard naast excellente vakkennis, zijn vroomheid, en die vroomheid openbaarde zich heel zijn leven in een stil en eerbiedig opzien tot den Almachtige, uit Wien, van Wien en door Wien hij alle dingen erkende te zijn. Weinig verrassend begint hij dan ook vanuit zijn geboorteplaats Roermond met kerkenbouw, en juist als hij zijn vleugels naar Amsterdam wil uitslaan, bereikt hem de uiterst eervolle benoeming tot dombouwmeester te Mainz, en als zoodanig belast met de leiding der restauratie van het wereldberoemde Mainzer bouwwerk. Een internationale mijlpaal, maar ook een bevestiging van het stempel “rooms architect”. Dus was in de Randstad de kritiek niet van de lucht, toen Cuypers kort na elkaar de opdrachten voor Rijksmuseum en Centraal Station verwierf. Daar sprak genoeg waardering van regering en andere opdrachtgevers uit, maar daarnaast waren er nog talrijke criticasters, die tegen hem hadden samengespannen, toen hij belast werd met het ontwerpen van een rijksmuseumgebouw – waar ter wereld is er meer jalousie de métier dan onder de bouwkunstenaars? En hoe zag die kritiek er dan uit? Weinig verrassend: zijn kunst was een ultramontaansche kunst, zijn stijl was goed voor kapellen, kerken en kloosters, maar voor alle andere bouwwerken diende zij absoluut te worden veroordeeld, daar alle gebouwen die hij ontwierp, zonder uitzondering, een kloosterachtigen, specifiek Roomschen indruk maakten!

Natuurlijk is dat onzin, net zo goed als die Neogotiek ook maar een tijdelijke mode was. Maar Cuypers had meer pijlen op zijn boog. Met groot vakmanschap bouwde hij Kasteel De Haer te Haerzuylen op uit ruïnes, een fraai staaltje historiserende bouwkunst en sinds lange jaren al prijkt De Haer weer in volle glorie te midden van de haar omgevende tuinen en parken. Want gezien de verregaande staat van verwaarlozing moest Cuypers de omgeving van het kasteel ook opnieuw inrichten. Geen nood, landschapsarchitectuur wist hij zich ook naar behoefte eigen te maken. Kortom, het was ongetwijfeld een buitengewoon markant man, die in mei 1917 negentig mocht worden. Als patriarch van een groot gezin èn als nog steeds arbeidzaam architect maakt hij lange dagen. De krant noemt hem dan ook een pittigen grijsaard, die, in volle actie, alsof nog een lang leven vóór hem ligt, met jeugdigen veerkracht elken morgen om zes uur zijn dagtaak begint en die nooit voor elven des avonds beëindigt. Toen hij een hoge ridderorde verdiende, ontwierp hij daar ook nog even de versierselen voor. En de troon, waarnaar de Troonrede vernoemd is: ontwerp Pierre Cuypers. 

* Titelfoto: Portret van architect Pierre (dr. P.J.M.) Cuypers, gezeten achter bureau. Bron: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Reacties