Verhaal

De dreiging van betaald voetbal: P.E.C. in 1937

Auteur: 
Sjaak Onderdelinden

Wim Peters is in 1937 opgeklommen tot hoofdredacteur van De P.E.C.’er. Hij ondertekent zijn (vele!)  bijdragen nu een beetje koket met “-s”, maar blijft prima te herkennen. Zijn mederedacteuren weten, hoe ze hem moeten behandelen. Onder de familieberichten wijzen ze op Peters’ voorkeur voor het getal drie: drie Olympische Spelen, driemansredactie, de drie-eenheid van de hink-stap-sprong, en nu ook: de derde dochter! Aldus gekroond tot sportieve drievuldigheid bindt Peters de strijd aan met (opnieuw) een drietal aanvallers: K.N.V.B., Zwolsche Boys en Zwolsche Courant. Het gaat van dik hout.

Op 24 september 1937 heeft de krant een pittig stuk gepubliceerd onder de titel: Voetballer zoekt den meest biedende, met de al even duidelijke ondertitel Doch komt bedrogen uit, daar de clubs niet genegen zijn te betalen. Het gaat om de speler Jansen van P.E.C., die zijn (betaalde) diensten heeft aangeboden aan voorzitter Koning van de Zwolsche Boys. Er is een contract opgemaakt en getekend, en door Koning opgestuurd naar de K.N.V.B. Jansen zou f.50.- handgeld krijgen en f.5.- per gespeelde wedstrijd, ongetwijfeld voor die tijd niet onaardig. Achtergrond is de massale werkloosheid van die tijd, in Zwolle extra erg door de opheffing van de Centrale Werkplaats van de Spoorwegen: ook een aantal P.E.C.’ers is overgeplaatst naar Haarlem, waar men getuige de ingezonden rubriek Van de hak op de tak in “Den Hout” wel een P.E.C.-afdeling zou willen oprichten.

De Zwolsche Courant van 24-9-1937 gaat met gretige uitvoerigheid in op de financiële wensen van Jansen. Maar met de beide clubs wil de krant de verhoudingen graag goed houden: Het doet ons genoegen, daarbij direct te kunnen constateeren, dat de vereenigingen P.E.C. en Zwolsche Boys beide geheel vrij uit gaan, en geslachtofferd wordt vooral de speler Jansen, al krijgt ook de K.N.V.B. een sneer, omdat men het van den K.N.V.B. niet erg fraai vindt een speler zulk een val te stellen.

Wim Peters leest het allemaal met walging. Hoewel zelf een oprechte amateur, wil hij voor de arme Jansen nog wel begrip opbrengen, al zijn andere werkelozen als amateurs de ware leden, de peilers van de vereniging (overigens zonder te vermelden, wàt die dan peilen). Neen, de woede van Peters richt zich tegen de K.N.V.B., die in de jacht op overtreders van de amateurbepalingen een Judas-houding aanneemt om de speler er in te laten lopen. Maar erger nog is die voorzitter van Zwolsche Boys. Iedereen voelt met de klompen aan, dat hij onze vereniging een hak heeft willen zetten. Peters’ eigen clubliefde laat dat niet toe, hij nagelt voorz. Koning meedogenloos aan de schandpaal en ziet maar één oplossing, namelijk dat K. afgezet wordt als voorzitter van de Zw. Boys, wat deze vereniging innerlijk misschien ten goede zal kunnen komen. Zo, daar konden de Boys het mee doen – tussen Zwolsche Boys en P.E.C. bleef het nog vele jaren onrustig.

Reacties