Verhaal

De aankomst van Aartspriester Faulus Akman in Enschede

Aartspriester Faulus Akman uit Enschede: ‘Wanneer een volksgenoot leed ondervindt, heeft zo’n incident directe invloed op de rest van het volk. Het boezemt angst in.’

"Voordat ik op 6 juli 1980 in Nederland arriveerde, hoorde ik in 1974 voor het eerst dat er volksgenoten waren die in Zweden asiel hadden aangevraagd. Dat had ik per schrijven meegekregen van mijn zus Lamha die zich toen al in Zwitserland bevond. Daarna ging ik in 1976 het leger in. Maar toen ik eenmaal terugkwam, was Midyat ineens compleet veranderd! Veel van onze volksgenoten waren intussen naar Europa gevlucht. Naar Duitsland, Zweden, Nederland, België, Zwitserland, Oostenrijk, Amerika en zelfs Australië. Toen dacht ik bij mezelf: ‘Waarvoor blijf ik hier vandaag nog? Of dit volk zijn bezittingen, landerijen en huizen heeft verkocht of niet, wat doe ik hier nog? Iedereen vlucht toch weg, vandaag eerder dan morgen.

Oorlog tussen het Turkse leger en de Koerden

Tussen 1978 en 1980 was er bovendien ook heel veel angst vanwege de strijd tussen het Turkse leger en de Koerden in Midyat en omgeving. Iedere avond was het weer raak en raakten ze slaags met elkaar. Het was een echte oorlog. Daarom trok ook ik uiteindelijk de conclusie om naar Europa te vluchten.

Familie in Nederland

Ik was naar Nederland gekomen, omdat mijn vader en jongere neef Hinno Akman (die eerst in Goor woonde maar nu in Enschede) reeds zo’n twee jaar eerder hierheen waren gekomen. Eerst kwam mijn neef, de zoon van mijn vaders broers, hierheen. Hij had ons namelijk een keer op de legerbasis bezocht. Toen hij ons zo opgebrand zag en hoorde wat we allemaal moesten doorstaan, ontvluchtte hij Turkije uit vrees voor wat hem in het leger te wachten stond. We onderhielden daarna nog contact met elkaar via brieven die we elkaar opstuurden of soms zelfs telefonisch. In het eerste twee jaar dat ik in Nederland verbleef, werd aan behoorlijk wat Aramese gezinnen onderdak geboden in de pensions van Schijndel en Den Bosch. Daar onderwees ik hun kinderen. Dit wierp spoedig zijn vruchten af.

Staatsgreep in Turkije (1980)

Zo’n twee maanden nadat ik in Nederland was aangekomen, was er een staatsgreep gepleegd in Turkije [12 september 1980, JM] en hebben we de nasleep ervan gelukkig niet meegemaakt. Als gevolg werden er korte tijd later bijna overal visumvergunningen ingevoerd, behalve in België. Maar ik kan wel zeggen dat we met eigen ogen konden zien hoe de situatie in Zuidoost-Turkije verslechterde. Je proefde de spanningen dagelijks. De vader van Elias Cavus, wijlen Hobil, was ook op een avond thuis in Midyat in koelen bloede doodgeschoten.

Als pastoor in Enschede

In december 1981, ongeveer een half jaar voor de toekenning van mijn verblijfsvergunning in 1982, had ik al een keer kennisgemaakt met het kerkbestuur in Enschede dat op zoek was naar een pastoor. Er waren ook andere kandidaten. Een van hen was de huidige aartspriester Abrohom Garis uit Göteborg in Zweden. Sommige bestuursleden zagen in hem de nieuwe pastoor, maar hij liet verstek gaan en informeerde hen dat hij niet meer kon komen. Toen ze korte tijd later bij mij uitkwamen, kwamen we er al gauw uit. Op 20 juni 1982 werd ik uiteindelijk door wijlen aartsbisschop Mor Yulius Yeshu Cicek tot pastoor gewijd. 

Geloofsgenoten in de provincie

Steden waar ik geloofsgenoten heb bezocht, waren onder andere Vlissingen, Breda, Roosendaal, Den Bosch, Assen, Alkmaar, Arnhem, Utrecht, Tilburg, Eindhoven en Zwolle. Ik had werkelijk geen plek waar een geloofsgenoot of volksgenoot zich ophield, onbezocht gelaten. Zelfs de kleinere steden en de dorpen, zoals Ede, Almelo, Nijverdal en omgeving, Emmen, Ommen, Aalten, Winterswijk, Slagharen, Coevorden, etc. Ik zeg je, heel Nederland heb ik meerdere malen afgereisd. Ik kan nu niet alles opnoemen, maar als we iedere provincie afgaan, kan ik je precies vertellen welke steden en dorpen ik heb aangedaan.

Ik zal je zeggen waarom ik me met hart en ziel heb ingezet voor deze mensen. Toen ik zelf in het pension zat en er kwam een volksgenoot langs, niet per se een geestelijke, dan werden we dolblij met zijn of haar komst. Dat warme en blijde gevoel is me altijd bijgebleven en ik wilde op die manier ook de vergeten mensen in moeilijke posities verblijden.   

Vertrouwd met de bijbel

De oplossing om de gemeenschap doeltreffend te bereiken, is om net als de apostelen vroeger onze gelovigen in iedere stad of dorp te laten opzoeken door theologisch sterk onderlegde predikers. Mensen moeten vertrouwd raken met de Bijbel. Daarom moedigen we onze leden aan om het Woord Gods dagelijks te bestuderen – hetzij in de kerk, hetzij thuis met het gezin."

Reacties