Verhaal

Couperus in Zwolle (een verhaal van 100 jaar geleden uit de Zwolsche Courant)

Couperus in Zwolle

 

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

 

Louis Couperus (1863-1923) was rond de eeuwwisseling al een schrijver van betekenis. Helaas kun je niet zeggen: een beroemdheid. Weliswaar zijn zijn bekendste romans allang verschenen, “Eline Vere” bijvoorbeeld, maar een heel groot succes zijn ze niet geworden. Goed beoordeeld, slecht verkocht. Frustratie dus. En de weigering, verder nog grote romans te schrijven. In plaats daarvan concentreerde Couperus zich op een beter verkoopbaar specialisme: reisbeschrijvingen, bij voorkeur over Italië. Wat in kranten tegenwoordig cultuurbijlage heet, noemde men toen feuilleton, en Couperus werd dus feuilletonist. Dat betaalde matig, doch regelmatig. En er was ruimte om daarnaast nog een ander specialisme te ontwikkelen: het presenteren van zijn eigen teksten als voordrachtskunstenaar. Toen tijdens de Grote Oorlog het reizen naar het buitenland steeds bezwaarlijker werd, was een binnenlandse voordrachts-tournee een aardig alternatief. Dat bracht hem ook naar Zwolle.

 

 

Was Couperus in Den Haag al een buitenbeentje als fijnzinnige dandy, buiten de randstad keek men nog veel verbaasder naar dit literaire fenomeen. Het verslag van zijn optreden in Odeon is daar een aardige weerspiegeling van. De (anonieme) journalist vindt blijkbaar dat hij, als bemiddelaar tussen de schrijver en de lezer, zelf zo literair mogelijk moet overkomen, om de dubbele vreemdheid (niet alleen die tussen de dandy-achtige kunstenaar en de gewone man, maar ook die tussen randstad en provincie) toe te lichten – of te illustreren: Een donker-eiken tafeltje met dunne gedraaide pooten, een vaas met bloemen, roode leliën en witte seringen, en daarnaast Louis Couperus, een slank, verfijnd heer, lezend uit een boek, een boek met lange linten, witte linten. Aldus het begin van het verslag, dat zelf meer op een literaire tekst wil lijken.

 

Couperus had best veel publiek getrokken, maar boeien kon hij het maar moeilijk. Wellicht was zijn taalgebruik daar wat te hoogdravend voor, en zeker speelde ook de (on)verstaanbaarheid een storende rol. Veel bezoekers hadden er blijkbaar wel een gulden entreegeld voor over gehad, om die rare meneer uit Den Haag nu eens in levenden lijve mee te maken, maar in de pauze hadden er heel wat het wel gezien -  in de meest letterlijke zin. Nu had hij het er ook wel een beetje naar gemaakt: Couperus leest – de toovenaar, hij doet steden rijzen en vervagen, hij bezweert de gestalten van het verleden en zij komen, hij spreidt bloeiende landschappen en dorre vlakten uit en hij laat er de winden over spelen en de wolken over zeilen en de zon over tintelen en schroeien, enzovoorts, de zin is pas half geciteerd, maar voldoende, om te laten zien, hoe de journalist meegesleept werd – en het publiek in verwarring achtergelaten.

 

 

Zulk verheven proza (ook nog eens zonder geluidsversterking!)  was dus begrijpelijkerwijs wat veel gevraagd van het Zwolse publiek. Maar na de pauze kregen de blijvers gelijk. Couperus schakelde van zijn statische reisbeschrijvingen over op een paar korte verhalen met meer actie. Hier kwam ook zijn toneeltalent tot zijn recht. En zo kan de recensent op verzoenende toon toch nog tot het inzicht komen, dat de schrijver en zijn werk een eenheid vormen: Het is éen verschijnsel – Couperus en zijn werk – en een niet zoo bijzonder eenvoudig verschijnsel .Niet met ’n paar woorden doorzichtig te maken. Maar belangrijk, belangwekkend, schoon en diep genoeg, om, na den glimlach, dien we zoo heel moeilijk weerhouden tegenover wat ons vreemd is, nog eens na te peinzen.  Daar is die vreemdheid weer. En dan te bedenken, dat de voordrachtsavond georganiseerd was door … Vreemdelingenverkeer, en die club moet dan ook uitdrukkelijk geprezen worden voor dit initiatief tot de bevordering van het verkeer van vreemdelingen als deze. Couperus, een vreemdeling in eigen land.

 

Sjaak Onderdelinden.     

Reacties

afbeelding van H. Peek
Geachte heer, De door u getoonde band van Eline Vere, is niet die van de eerste druk uit 1889- die overigens in drie afzonderlijke deeltjes uitkwam- maar is, gezien de lichte kleur van de door u getoonde band, de band van de vijfde druk uit 1904 met het bandontwerp van L.W.R. Wenckebach. Er verscheen in 1904 ook een vierde druk met dezelfde maar iets donkerder bandtekening. Ook de zesde druk uit 1906 had dezelfde bandtekening met een donkerder kleur. Met vriendelijke groeten. H. Peek