Verhaal

ca. 895, Kerkvorst wijkt uit naar Deventer

Door Jan ten Hove. De bisschop van Utrecht moet als gevolg van de invallen van de Vikingen zijn residentie ontvluchten. Na enkele omzwervingen belandt het bisschoppelijke hof omstreeks 895 in het goed verdedigbare Deventer. Door de aanwezigheid van de kerkvorst is Deventer gedurende circa dertig jaar het bestuurlijke en religieuze middelpunt van het omvangrijke bisdom, dat zich over het grootste deel van het huidige Nederland uitstrekt. Ook op economisch gebied gaat het de handelsnederzetting voor de wind. Aangetrokken door de gunstige ligging op een kruispunt van land- en waterwegen vestigen zich hier handelaars uit plaatsen die keer op keer door de Vikingen worden geplunderd. In 896 verleent koning Zwentibold van Lotharingen aan deze kooplieden dezelfde privileges die ze voorheen in het door de rooftochten teloorgegane Dorestad genoten.