Verhaal

ca. 1046 Deventer en omstreken in handen van de bisschop

Door Jan ten Hove. De bisschop van Utrecht begint zich steeds meer als een wereldlijk heerser te ontplooien. Daarbij speelt mee dat veel leenmannen van de Duitse koningen en keizers zich manifesteren als eigengereide, vrijwel onafhankelijke vorsten. Onvoorwaardelijke trouw aan de leenheer is bijvoorbeeld voor de graven van Holland en Gelre niet meer vanzelfsprekend. Het centrale gezag hoopt dat hoge geestelijken, die vanwege het celibaat geen erfelijke dynastie kunnen vestigen, beter in de hand te houden zijn. Aan het machtsterritorium van de Utrechtse kerkvorst in Midden- en Noordoost-Nederland voegt keizer Hendrik III op 23 augustus 1046 het bloeiende handelscentrum Deventer toe, inclusief het tolrecht en het hier gevestigde muntatelier. Bisschop Bernold krijgt eveneens het rondom Deventer gelegen deel van het ontmantelde graafschap Hamaland in de schoot geworpen.