Verhaal

Brief van een Belgische officier aan een Zwols meisje

In augustus wordt de inval van Duitsland in België op 4 augustus 1914 herdacht en het begin van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Het meest werd er gevochten in België en Noord-Frankrijk. Grote groepen Belgische burgers en militairen raakten op de vlucht en velen zochten een veilig heenkomen in Nederland. Toen Antwerpen op 9 oktober 1914 viel, kwam het totaal aantal Belgische vluchtelingen in Nederland op een miljoen. De Nederlandse bevolking telde toen 6,5 miljoen personen.

Zoveel mogelijk Belgen werden uit de overbelaste zuidelijke gebieden naar andere provincies geloodst. Tienduizenden kwamen er in Overijssel terecht. Om één en ander in goede banen te leiden, werden overal in het land provinciale en gemeentelijke vluchtelingencomités opgericht. De Nederlandse overheid richtte speciale opvangkampen in, zogeheten ‘vluchtoorden’. Zo’n honderdduizend Belgen verbleven tot het einde van de oorlog in een dergelijk kamp.

De eerste Belgische vluchtelingen in Zwolle

Op vrijdag 9 oktober 1914 kwamen de eerste Belgische vluchtelingen in Zwolle aan, een kleine 70 in getal. In de dagen daarna zouden er nog eens 750 volgen. De vluchtelingen werden onder anderen ondergebracht in het klooster van de Zusters van Liefde aan het Gasthuisplein, maar ook veel bij particulieren. 400 Belgische officieren werden ondergebracht in de Broerenkazerne, waar nu het conservatorium Constantijn Huygens en restaurant De Librije zitten. Op 30 januari 1915 vertrokken de militairen van de kazerne met de trein naar het interneringskamp Harderwijk waar al 13.000 Belgische militairen gehuisvest waren in houten barakken.

Brief van Belgische militair aan Zwols meisje

Sommige Zwolse burgers onderhielden een hartelijk contact met de Belgische vluchtelingen, ook nadat ze uit Zwolle waren vertrokken. Het bewijs hiervan is een briefje van de Belgische militair Emile van Hove, geïnterneerd in het kamp te Harderwijk, geschreven op 16 februari 1915 vanuit barak 23 aan de dertienjarige Wilhelmina Johanna (in de brief ‘Mieni’ genoemd) Bomhof, wonende aan de Roggenstraat 4 te Zwolle.

Bij het gezin Bomhof kwamen dikwijls Belgische militairen uit het interneringskamp Harderwijk op bezoek. Emile van Hove stuurde haar ook een foto waarop hij en zijn kameraden staan. Emile is de man (met brilletje) geheel links op de tweede rij. Zijn linkerhand rust op de schouder van Gustave Krier, die net als Van Hove ook bij de familie Bomhof op bezoek kwam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de achterzijde van de foto staat: “A la gentille petite fille qu’est M. Bomhof, de son camarade Em. Van Hove. Photo donné par P. Saucin”.*

De inhoud van de brief

Uit het briefje, gedeeltelijk geschreven in Vlaams en Frans, blijkt dat Mieni Emile haar portret had gestuurd. Hij was er heel blij mee. Verder wordt in het briefje gerefereerd aan het Volksconcert dat Mieni op 14 februari 1915 in Zwolle had bijgewoond en waar de jeugdige violist Raoul Bacot, de lieveling van het publiek, stukken speelde van zijn Belgische landgenoot, de componist Henry Vieuxtemps (1820-1881). Een verslag van dit concert stond in de Zwolse Courant van 14 februari 1915.

Emile schrijft dat hij in de krant over het concert heeft gelezen. Verder schrijft hij dat hij met zijn kameraad Krier naar de bioscoop wil gaan. Het barakkenkamp in Harderwijk, dat in december 1914 was gebouwd, was voorzien van was- en badvoorzieningen, een kerkbarak, schoollokalen, een ziekenzaal, werkbarakken en kantines. In de loop van 1915 werden onder meer een bibliotheek, een postkantoor, winkels, een bioscoop en zelfs een schouwburg opgetrokken.

Kennelijk waren de paden tussen de barakken niet bestraat, want bij regen werd het één modderbende, zo klaagt Emile. Terwijl hij nog aan het schrijven is, komt zijn kameraad Gustave Krier blijkbaar net terug uit Zwolle van een bezoek aan de familie Bomhof. Krier vertelt Emile dat Mieni ziek is. Opmerkelijk is dat Emile direct overschakelt in het voor hem gemakkelijkere Frans. Hij laat Mieni weten dat ze snel beter moet worden, omdat het hem pijn doet dat ze ziek is en dat hij niet bij haar kan zijn om haar te troosten en te amuseren. Hij hoopt van harte dat ze snel geneest.

De tekst van het briefje luidt:

“Harderwijk, le 16 /2/1915

Chère petite demoiselle Mieni,

Eerst en vooral, dank voor uw portret. Van dezen oogenblik al zal mijne lieve kleine Mieni altijd bij mij wezen en dat zal me veel vreugde doen. Ge zegt dat ge mij gauwer schrijft dan verleden keer! Vergeet niet, lieve kleine, dat al gelijk wanneer ge mij van uw nieuws zult willen laten weten, het mij altijd welkom zal wezen en dat ik ver ben van te klagen als ik er geen ontvang; dan … zucht ik. Et c’est tout faute de mieux. Hetgeen het muziekaal avondfeest aangaat van zondag waar ge R. Baco gehoord hebt, daarover hebt ge zeker tevreden moeten zijn, want ik heb hem tweemaal gehoord te Zwolle: in de kantien en in de St. Josefkring. Wat was dat schoon en wat speelt hij oprecht wel! Superbe, n’est pas? Je l’avais lu dans le Zwolsche Courant. Ik heb het inzicht met Krier deze week naar het Bioscoop te gaan.”

Voor het oogenblik is het weder goed: het is niet ongelukkig, want wanneer het regent, is het zoo slecht dat men geen hond zou buiten zetten (maar Ge wel!). Modder, nog modder en altijd modder, dat is den staat van het kamp wanneer het regent.
Maintenant Krier vient de me dire que vous êtes indisposé. Est-ce vrai? Si oui, tăchez de vous guérir au plus tôt, car cela me ferait tant de chagrin de vous savoir malade et ne pouvoir être aupres de vous pour vous consoler et amuser. C’est de tout coeur qu je vous souhaite bien vite guérie. De hartelijkste groeten van Uw Grooten vriend (hé!) Emile.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na de brief

Hoe het verder afliep tussen Emile en de dertienjarige Mieni is niet bekend. Op een tweede, wat onscherpe foto zien we Emile (aangeduid met 4) en Mieni (aangeduid met 1) arm in arm naast elkaar staande, in het interneringskamp Harderwijk, in gezelschap van Mieni’s  broer Berend (2) en zus Geertje(3).

Uit het bijschrift onder de foto blijkt dat Emile in het burgerleven leraar was. Op 12 mei 1936 trouwde Mieni Bomhof met T.J. Wals, opzichter bij de gemeentereiniging Zwolle. Tot ver na het einde van de Eerste Wereldoorlog is er nog contact geweest tussen de familie Bomhof en de Belgische militairen, want zo’n kwart eeuw later stuurde Gustave Krier bij het overlijden van Mieni’s vader Gerrit Bomhof op 14 maart 1939 nog een visitekaartje met het volgende rouwbeklag:

“Het is, met en voordurend verdriet dat wij de treurige en onverwachte tijding der overleding van de goede en betreurend mijnheer Gerrit Bomhof, uwe beste vader, hebben ontvangen. Ontvangt, warde Gé [Geertje], Bé [Berend], Mienie en de heele familie, met onze openhardingen rouwekleringen onze beste vriendschapen. Uwe toegenegde Vrienden Gustave en Jeanne.”

*Briefje en foto’s zijn, samen met de envelop met adres van “Mademoiselle M. Bomhof”, het visitekaartje van Gustave Krier, een ongedateerde in het Frans geschreven nieuwjaarswens en twee foto’s van “The Timbertown Follies”, een toneelgezelschap van in Groningen geïnterneerde Engelse mariniers op één blad geplakt.

Collectie HCO, THA-Zwolle, Belgische Vluchtelingen 1914-1918.

Bronnen

Bronnen voor degene die archiefonderzoek wil doen naar Belgische vluchtelingen in Overijssel 1914-1918 in de collecties van het Historisch Centrum Overijssel:

  • Literatuur: M. Elands, “Harderwijk als garnizoensstad”, in: J. Folkerts (red.), Geschiedenis van Harderwijk, Amsterdam 1998, p. 160-165.
  • Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, 1914-1918.
  • Handelingen van de raad der gemeente Zwolle, 1914.
  • Toegangsnummer 247,
  • Archief Koninklijke machinefabriek Stork, inventarisnummer 464.1:  internering Belgische vluchtelingen, 1915-1916.
  • Toegangsnummer 624, inventaris van het archief van de gemeente Dalfsen (1806),. 1911-1927 (1934), stukken betreffende Franse en Belgische vluchtelingen in de gemeente Dalfsen 1914-1918,
  • Inventarisnummer 1053: naamlijsten van de vluchtelingen;
  • Inventarisnummer 1054: Correspondentie met betrekking tot de financiële bijdragen en hulpgoederen ten behoeve van de vluchtelingen, 1914-1918.
  • Toegangsnummer 153, Vluchtoord voor Belgische Vluchtelingen te Hengelo, 1914-1918, 3 dozen, niet geïnventariseerd.
  • Toegangsnummer 25, Provinciale commissie tot behartiging van de naar Nederland uitgeweken vluchtelingen, ook wel Comité voor Belgische vluchtelingen, 1914 – 1921,
  • Inventarisnummer 19644: Notulen, 1914 - 1915. 1 omslag;
  • Inventarisnummer 19645:  Ingekomen en minuten van uitgaande stukken, 1914 - 1921. 1 omslag;
  • Inventarisnummer 19646: Stukken betreffende de plaatselijke comités, 1914 - 1916.1 omslag;
  • Inventarisnummer  19647: Stukken betreffende de financiële steunverlening aan de vluchtelingen, 1914 - 1920.1 omslag.

Reacties