Verhaal

Bezuinigingen (een verhaal van 100 jaar geleden uit de Zwolsche Courant)

Bezuinigingen

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

De oorlog grijpt in in de levensomstandigheden van iedereen en dus moet er door velen bezuinigd worden. De krant wil wel helpen met tips. Uitgangspunt is de overweging  dat het onmogelijk is om uit te sparen ook maar één stuiver, zonder een ander voor dien stuiver te benadeelen. Dus roept de krant iedereen die het nog goed heeft op: blijft uwe rozen koopen en uwe koekjes knabbelen; gebruikt uwe afternoon-teas en bestelt uw tailor-mades; geeft uw dinertjes en laat u kappen, even gefriseerd langs de ooren , zacht geonduleerd over den schedel…

Maar als je wel moet bezuinigen, dan is de eerste raad: Ge schaft uw telefoon af, mevrouw, omdat het luxe was – inderdaad weelde!  Honderd jaar later zou de krant zich niet populair maken met zo’n raad, maar destijds kon ze ongestraft spotten: makkelijk alleen was het, zoo heerlijk gemakkelijk om af te spreken met uw vriendinnen, die ook luxe-telefoon hebben, en om bestellingen te doen bij uw leveranciers.

De tweede zeer verstandige raad is, de bezuinigingen zorgvuldig te spreiden: als je niet elke dag koek kunt kopen, dan maar eens per week, en met het gespaarde ook eens een bloemetje kopen, want de bloemist ziet nauwelijks nog klanten. Hier vergeet de krant even dat het voorgestelde beleid geen besparing oplevert, hoogstens spreiding… Toch blijft ze er bij: Toe, mevrouw, verdeel uw zoo toe te juichen zuinigheid en spaarzaamheid. Als ge eens in de 14 dagen uw middagmaal doet zonder vleesch, behoeft ge de oude huisnaaister niet aan den dijk te zetten. Samen te vatten onder het motto: Leven en laten leven.

Het onderwerp houdt de gemoederen danig bezig, want een paar dagen later vertelt de Zwolsche  uitvoerig een stuk na uit het Algemeen Handelsblad , waar de destijds bekende schrijver, karikaturist en sportman Jan Feith (broer van Rhijnvis) zijn droevige doch vermakelijke ervaringen met de bezuinigings-woede met de lezers deelt. Eerst stelde het gezin Feith zich tevreden met een steeds schrompeliger muisje rookvleesch. Vervolgens was een reserve-ham, een bezuinigings-ham aan de beurt, omdat die verdachte groene vlekken begon te verven naar buiten. Ter overwintering moesten dus drastischer oplossingen gezocht worden. Feith vindt die in het eier-overschot. En in een betrouwbaar huishoudboek, dat van “water-glas” sprak, waarin men maanden-lang eieren versch en smakelijk kan bewaren. Dus worden er honderd eieren aangeschaft, waarbij Feith de pech heeft dat de prijs net weer een cent aantrekt. Maar er is nog steeds een mooie besparing te realiseren. Alleen wordt die al weer een stuk minder, als er dertig procent verloren gaat door breuk bij het transport. Ook bleken de portokosten aardig winst-verminderend.  Aan de breuk was tenminste nog wat te doen: Twee dagen lang aten we niets dan eieren; eieren zacht gekookt aan het ontbijt, een spiegeleitje aan de koffie, eierschotel aan tafel en eier-ommelet toe. Een lichte misselijkheid leek niet te vermijden. Een gedeelte was toch nog overgebleven om in te maken. Met teere zorgvuldigheid werden ze in het chemische mengsel gedompeld; ze dreven er in als speelsche eendjes, die de stuitjes bij kopjeduiken boven water omhoog steken. Dat mocht er aller-aardigst uitzien, al spoedig kwam het idee bovendrijven, dat drijvende eieren niet deugen. Controle toont rotting aan, er zat niets anders op dan de eier-inmaak als mislukt te beschouwen, de bezuinigingssatire daarentegen als zeer geslaagd!

Sjaak Onderdelinden

Reacties