Verhaal

Agenten en docenten verdienen meer!

Auteur: 
Sjaak Onderdelinden

Honderd jaar geleden in de Zwolsche Courant

In 2017 hebben we een nationale politie, zodat discussie over kwaliteit en salariëring ook landelijk plaatsvindt. Honderd jaar geleden is de politie nog een gemeentelijke kwestie, en dus moet de Zwolse gemeenteraad zich buigen over een voorstel  van de afdeeling Zwolle van den Bond van Gemeentepolitiebeambten in Nederland. Afgezien van het verschil tussen nationaal en regionaal lijkt het of je in een honderd jaar oude spiegel kijkt. Er zijn twee problemen, slechte betaling en slechte carrièrekansen.

Eerst het geld – de gemeente ondervindt de gevolgen van verkeerde zuinigheid. De slechte betaling heeft namelijk leegloop van het politiecorps tot gevolg. Er moet dan ook een betere regeling komen, want de tegenwoordige heeft noodlottige gevolgen voor het gehalte van het corps. Wanneer men een goed salaris geeft, mag men hooge eischen stellen. Zolang de betaling te zuinig is, moet de corpsleiding iedereen aannemen die zich aanbiedt, het kaf evengoed als het koren. Is dat al een noodlottig aanstellingsbeleid, net zo fout is het met de promotiemogelijkheden. Men noemde het destijds nog geen rangenstelsel of hiërarchie, maar sprak van een klasse-stelsel. Maar een deel van de gemeenteraad vond het toen ook al fout. Waarom? Zoo zijn er nu verschillende agenten, die weten dat zij nooit eerste klasse kunnen worden, omdat zij niet genoeg processen-verbaal maken. Niet genoeg bonnetjes gescoord? Dat verhaal van promotie per aantal bekeuringen is dus al honderd jaar oud. Burgemeester Van Roijen wordt er niet vrolijk van. Over dat voorstel tot afschaffing van het rangenstelsel bij verhoging van de salariëring heeft hij een vernietigende notitie geschreven, waarin hij vaststelt dat de huidige regeling nog maar kort geleden door de gemeenteraad is aangenomen, en derhalve op zo korte termijn geen wijziging verdient. Die Bond van Gemeentepolitiebeambten heeft het, als elke beginnende vakbond, niet gemakkelijk. Dast dezelfde problemen honderd jaar later alleen maar nationaal uitvergroot maar verder identiek zouden blijven, konden ze toen nog niet weten.

 

Er is nog een categorie werknemers, die het met een hongerloontje moet doen: de onderwijzers. Tenminste, zo heetten ze toen nog. De enige verbetering, die in honderd jaar bereikt is, betreft de aanduiding van alle meesters en juffen als “docenten” of toch tenminste “leraren”. De betaling is bij die mooie beroepsomschrijving nogal achter gebleven, ook hier is sprake van een nijpend probleem. Weliswaar heb je verschil tussen openbare en bijzondere scholen, maar financieel is de problematiek precies gelijk, in de Tweede Kamer valt het woord noodtoestand. Daarom is de Kamer niet van zins, op een wetsvoorstel van de regering te wachten, er komt een initiatiefwetsvoorstel .

Dat valt bij veel politici niet goed. Veel leden wezen er op, dat men in een quaestie als deze, die belangrijke uitgaven mee zal brengen, uiterst voorzichtig moet zijn met de gebruikmaking van het recht van initiatief dat de Kamer bezit en dat het als regel de taak der Regeering is salarisverhooging voor te stellen. Maar naast deze voorname terughoudendheid van de Kamer ging het er toen ook al venijnig aan toe. In de eerste plaats werd er gemopperd, dat de Kamerleden die met zulke dure voorstellen komen ook horen aan te geven hoe ze de financiële dekking in de begroting denken te vinden, tot de dag van vandaag een populaire tegenwerping. Net zo vertrouwd is het verwijt, dat die salarisverhoging  een initiatief van de linkerzijde was, omdat juist deze ambtenaren bij de verkiezingen vaak een eigenaardige geschiktheid hebben getoond voor propaganda. Salarisverhoging als beloning voor linkse propaganda? De “linkse kerk” ligt al honderd jaar onder vuur, nu dus in april 1917. En met die ambtenaarssalarissen wordt ook al honderd jaar aangemodderd. Agenten en docenten, ze verdienen meer!

Reacties