Verhaal

1992 - Nationaal Park De Weerribben

Auteur: 
Jan ten Hove

Het moerasgebied De Weerribben in Noordwest-Overijssel verwerft in 1992 de status van Nationaal Park. Het gebied van ongeveer 3.500 hectare dankt zijn huidige verschijningsvorm in hoofdzaak aan mensenwerk: het afgraven van het laagveen voor de turfwinning.

Na het verdwijnen van de turfgraverijen is men in de loop van de 20ste eeuw overgegaan op de winning van riet. Het afwisselende moeraslandschap in De Weerribben wordt beheerd door Staatsbosbeheer. De natuur moet door het maaien van riet, het uitbaggeren van vaarten en het beperken van het verlandingsproces in toom worden gehouden, want anders zou het gebied dichtgroeien en zich ontwikkelen tot één groot moerasbos. In 2002 is de otter hier geherintroduceerd. Samen met het iets zuidelijker gelegen natuurreservaat De Wieden vormt De Weerribben het grootste aaneengesloten laagveenmoeras van West-Europa.

*Titelfoto: Turfmakers bij Ossenzijl, ca. 1900. (particuliere collectie)