Verhaal

1985 Een tapijtmuseum in Genemuiden

Door Jan ten Hove. In de 17de en 18de eeuw heeft zich in Genemuiden, dankzij de in het kustgebied groeiende biezen, een bloeiende mattenindustrie ontwikkelt. Wanneer biezen matten na 1900 uit de mode raken, schakelt men over op het maken van kokosmatten. Omstreeks 1950 telt het stadje 39 kokosfabrieken. In de jaren zestig komt de nadruk te liggen op nylon en wollen tapijten. Een enthousiaste groep Genemuidenaren besluit in 1985 de geschiedenis van de tapijtindustrie in hun woonplaats vast te leggen. De expositie Vloerbedekking vroeger en nu wordt zo enthousiast ontvangen, dat er een heus Tapijtmuseum in het leven wordt geroepen. Tegenwoordig is zestig procent van de totale Nederlandse productie van kamerbreed tapijt afkomstig uit Genemuiden. Een nieuwe ontwikkeling is de vervaardiging van kunstgras voor sportvelden.