Verhaal

1980 Van textielfabriek naar textielmuseum

Door Jan ten Hove. De voormalige spinnerij van Jannink in Enschede wordt in 1980 deels ingericht als textielmuseum. Het is één van de weinige bedrijfspanden die gespaard blijft, want de ondergang van de Twentse textielindustrie slaat niet alleen op economisch en sociaal vlak hard toe. Ook het stadsbeeld verandert ingrijpend. In Enschede koopt de gemeente tientallen leegstaande fabriekscomplexen in en rond de binnenstad op. Zo willen de bestuurders voorkomen dat projectontwikkelaars het heft in handen nemen. Vrijwel alle gebouwen gaan tegen de vlakte, waardoor ook het rijke textielverleden van de stad uit het zicht verdwijnt. De lege terreinen worden opgevuld met grote nieuwbouwprojecten, zoals een winkelcentrum, een ziekenhuis, een muziekcentrum en woonflats. Naast Jannink aan de Haaksbergerstraat resteert alleen de fabriek van Van Heek & Co aan de Noorderhagen, waarin appartementen zijn gevestigd.