Verhaal

1932 - Afsluiting van de Zuiderzee

Auteur: 
Jan ten Hove

Het laatste gat in de Afsluitdijk wordt op 28 mei 1932 gedicht. De aanleg van de dijk komt voort uit de in 1918 aangenomen Zuiderzeewet, die een halt moet toeroepen aan het overstromingsgevaar. De wet voorziet ook in de inpoldering van een groot deel van de Zuiderzee. Het water moet plaatsmaken voor nieuwe landbouwgebieden.

Zo wordt in januari 1936 begonnen met de constructie van een ringdijk rond de Noordoostpolder. Niet iedereen is blij dat de zoute Zuiderzee in het zoete IJsselmeer verandert. Duizenden vissers raken hun broodwinning kwijt. Op de dag dat de Zuiderzee wordt afgesloten hangen op de Vollenhoofse vissersvloot de vlaggen dan ook halfstok. Wanneer de haring en ansjovis zijn vertrokken, moeten veel vissers in het kader van de Zuiderzeesteunwet een uitkering aanvragen.