Verhaal

1837 - Opheffing van de marken

Auteur: 
Jan ten Hove

De markegenootschappen op het platteland liggen al enige tijd onder vuur. Volgens critici vormen de vele woeste gronden een belemmering voor de vooruitgang en voor de voedselvoorziening van de bevolking.

De meeste markegenoten vrezen echter dat door het opsplitsen en ontginnen van het onland hun agrarische bedrijfsvoering in gevaar komt. Zij weigeren hieraan mee te werken. Een Koninklijk Besluit van 24 juni 1837, dat de mogelijkheid biedt van overheidswege pressie uit te oefenen om tot grondverdeling over te gaan, drukt het verzet de kop in. Het opheffen van het markestelsel raakt in een stroomversnelling. Een uitbreiding van de veehouderij, waardoor de boeren minder afhankelijk worden van plaggenbemesting, draagt ook hieraan bij. Tussen 1840 en 1860 verdwijnen 77 van de 112 Overijsselse marken. In 1886 resteert slechts één onverdeelde marke.

*Titelfoto: Na het opheffen van de marken werden de Twentse heidevelden massaal ontgonnen. Schilderij door Evert Rabbers, circa 1900. (particuliere collectie)