Verhaal

1837 - De laatste executie

Auteur: 
Jan ten Hove

Op 7 juli 1837 voltrekt een beul het laatste doodvonnis in Overijssel. De 38-jarige Albert Wetterman uit Wijhe wordt om twaalf uur ’s middags onder grote publieke belangstelling op de Grote Markt in Zwolle opgehangen.

De dagloner heeft zijn ziekelijke echtgenote Gerritdina Lansink met rattenkruit vergiftigd. Het voornaamste motief is zijn verhouding met de door de diakonie aangestelde dienstmeid, die kort daarvoor van een kind van hem is bevallen. Uit angst voor een lijkschouwing steekt Wetterman zijn huis, waar Gerritdina ligt opgebaard, in brand. De kist met het lichaam wordt echter net op tijd gered. De rechtbank veroordeelt Wetterman om ‘op een schavot met eene strop aan de galg te worden opgehangen dat er de dood na volgt’. De doodstraf wordt in Nederland in 1870 afgeschaft.

*Titelfoto: Proces-verbaal van de executie van Albert Wetterman. (HCO, archief Hof van Assisen)