Verhaal

1825 Een dodelijke watersnoodramp

Door Jan ten Hove. Op 4 en 5 februari 1825 worden grote delen van de Zuiderzeekust getroffen door een ongekend zware watersnoodramp. Opgezweept door een combinatie van springtij en noordwesterstorm slaat een verwoestende watervloed grote gaten in de zeeweringen. In Overijssel breken de dijken van het Land van Vollenhove en het Kampereiland door. Tussen Steenwijk en Olst loopt een gebied van 93.000 hectare razendsnel onder water. Duizenden beesten verdrinken en de materiële schade is enorm. Ook zijn er veel mensenlevens te betreuren. Onder de in totaal 380 doden bevinden zich 305 Overijsselaars. Het is één van de grootste rampen uit de gewestelijke geschiedenis. De catastrofe leidt in 1835 tot het instellen van een provinciaal Dijksreglement, dat voor een beter dijkbeheer zorg moet dragen.