Verhaal

1823 Een heksenproef in Delden

Door Jan ten Hove. Op het Twentse platteland leidt het volksgeloof in heksen een hardnekkig bestaan. Op 16 maart 1823 zijn om drie uur ’s middags zo’n tweehonderd mensen langs de Twickelervaart in Deldenerbroek getuige van de laatste waterproef in Nederland. De 45-jarige Hendrika Hofhuis is door een zieke kraamvrouw beschuldigd van tovenarij. Zij wil zelf een einde aan het geroddel maken. Aangezien men gelooft dat heksen gewichtsloos zijn en dus blijven drijven, stapt zij alleen gekleed in een broek van haar man en met een dik touw onder de armen vrijwillig het ijskoude water van de vaart in. Hendrika zinkt als een baksteen, waarmee haar onschuld bewezen is. De Overijsselsche Courant beschrijft het voorval als ‘een echt overblijfsel uit de domste tijden der duistere middeleeuwen.’