Verhaal

1821 - Verbetering van het wegennet

Auteur: 
Jan ten Hove

De ‘koning-koopman’ Willem I gaat ervan uit dat geen land ter wereld rijk genoeg is om zich de weelde van slechte wegen te kunnen veroorloven. In 1821 dringt hij er dan ook bij het provinciaal bestuur van Overijssel op aan snel werk te maken van de verharding van het zanderige en vaak onbruikbare wegennet.

In de daaropvolgende decennia worden de belangrijkste doorgaande verbindingen met straatklinkers bestraat. Andere zandwegen krijgen een zogenoemd macadamdek van twee lagen steenslag op een onderlaag van leem of keien. Minder belangrijke wegen moeten het alleen doen met een grindlaag. In 1859 beschikt Overijssel al over 673 kilometer verharde weg. De ingrijpende verbetering van de infrastructuur maakt het mogelijk wagens zwaarder te belasten, waardoor de vrachtprijzen dalen en het vervoersaanbod groeit.

Titelfoto: Gezicht op een zandweg bij Holten. Tekening door G.H. Göbell, 1830. (Stedelijk Museum Zwolle)