Verhaal

1814 - Weinig zeggenschap voor de provincie

Auteur: 
Jan ten Hove

In het Koninkrijk der Nederlanden wordt de tijdens de Bataafs-Franse tijd teloorgegane gewestelijke soevereiniteit niet in ere hersteld. De eenheidsstaat van Willem I rekent definitief af met het federalisme uit het verleden.

Een soeverein besluit van 26 augustus 1814 regelt het bestuur van de provincie Overijssel. De Provinciale Staten kennen opnieuw een indeling naar stand, waarbij naast afgezanten van de Ridderschap en de drie oude hoofdsteden vertegenwoordigers van de kleine steden en het platteland als derde groepering optreden. De zeggenschap van het gewestelijk bestuur is in vergelijking met de situatie vóór 1795 drastisch ingeperkt. De provincies zijn vrijwel geheel onderworpen aan Den Haag, waar alle belangrijke beslissingen worden genomen. De machtigste man in Overijssel is de gouverneur, de rechtstreekse vertegenwoordiger van de koning.

*Titelfoto: Uniform van een lid van de Ridderschap van Overijssel, ca. 1815. (Stedelijk Museum Zwolle)