Verhaal

1809 - Aanleg van de Dedemsvaart

Auteur: 
Jan ten Hove

Koning Lodewijk geeft in maart 1809 Willem Jan baron van Dedem toestemming voor het graven van een kanaal van Hasselt naar Gramsbergen.

De edelman bezit veel grond in het uitgestrekte, nog nauwelijks ontsloten hoogveengebied ten noorden van de Vecht. De nieuwe waterweg moet zowel de afwatering als het turfvervoer ten goede komen. Op 9 juli wordt in Hasselt de eerste spade in de grond gestoken. Het graven van een waterweg in de moerassige venen brengt echter talrijke problemen met zich mee. Van Dedem gaat uiteindelijk financieel te gronde aan het naar hem vernoemde kanaal. In 1845 ziet hij zich gedwongen zijn bijna voltooide levenswerk aan de provincie te verkopen. Anderen plukken de vruchten van de omvangrijke ontginningen en turfgraverijen langs de veertig kilometer lange Dedemsvaart.

Titelfoto: Een turfschip vaart op de Dedemsvaart. Foto uit het begin van de 20ste eeuw. (HCO, Fotocollectie)