Verhaal

1800 - De eerste landbouwenquête

Auteur: 
Jan ten Hove

De overheid bemoeit zich in de Bataafs-Franse tijd veel nadrukkelijker dan voorheen met het economisch leven.

In 1800 maken de Agent van de Nationale Economie, Johannes Goldberg, en de Commissaris van Landbouwzaken, Jan Kops, een nationale inspectietocht van vijf maanden. Tijdens hun reis verspreiden ze een uitgebreide landbouwkundige vragenlijst. De beantwoording laat soms te wensen over. In Deventer schrijft men dat ‘de boeren zich niet gaarne [lenen] tot eenig werk, waarvan het voordeelige hun niet oogenblikkelijk in het oog valt.’ Uit de enquête blijkt dat de vruchtbare IJsselstreek en het Land van Vollenhove voldoende levensmiddelen produceren om nog wat over te houden voor export. Daarentegen leveren de schrale zandgronden in Twente en het oosten van Salland niet eens voldoende op om de eigen bevolking te kunnen voeden.

Titelfoto: Boerderij bij Enschede. Aquarel door J. Elderink-Blijdenstein, ca. 1815. (TwentseWelle, Enschede)