Verhaal

1798 - Einde van de gewestelijke soevereiniteit

Auteur: 
Jan ten Hove

In de Bataafse Republiek blijft de soevereiniteit van de gewesten aanvankelijk onaangetast. De Nationale Vergadering probeert wel een eenheidsstaat te realiseren, maar dit streven stuit op veel verzet.

Op 22 januari 1798 plegen in Den Haag voorstanders van de invoering van een krachtige centrale overheid met Franse steun een staatsgreep. De coupplegers maken korte metten met de gewestelijke zelfstandigheid. De Provisionele Representanten van het Volk van Overijssel, die de afgelopen drie jaar in afwachting van een nieuwe bestuursregeling de provincie hebben geregeerd, moeten op 12 februari het veld ruimen voor een uit zeven leden bestaand Intermediair Administratief Bestuur. Baas in eigen huis is dit college niet meer. Het krijgt een administratieve taak en dient uitsluitend de in Den Haag genomen besluiten uit te voeren.

Titelfoto: Silhouetportret van procureur Jan Berend Auffmorth uit Goor, voorzitter van de Nationale Vergadering van 25 december 1797 tot 8 januari 1798. (Particuliere collectie)