Verhaal

1796 - Scheiding kerk en staat

Auteur: 
Jan ten Hove

De revolutionaire kreet ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ vindt ook toepassing op religieus gebied. In de Bataafse Republiek heerst vrijheid van godsdienst.

Achter de bevoorrechte positie van de Hervormde Kerk wordt een punt gezet. De leden van andere gezindten, inclusief de joden, verliezen hun politieke onmondigheid en verdere beperkingen. Op 5 augustus 1796 proclameert de Nationale Vergadering in Den Haag de scheiding van kerk en staat. Ook wordt besloten dat de overige geloofsgenootschappen recht hebben op een deel van de na de Reformatie aan de hervormden afgestane kerkgebouwen en fondsen. Deze bepaling leidt tot tal van lokale geschillen, die meestal pas veel later worden beslecht. Zo moeten de katholieken in Oldenzaal tot 1810 wachten, voordat ze de Plechelmuskerk weer voor hun eigen eredienst in gebruik kunnen nemen.

Titelfoto: Zitting van de eerste Nationale Vergadering in Den Haag, 1796. (Rijksmuseum Amsterdam)