Verhaal

1699 - Gifmengster aan paal gewurgd

Auteur: 
Jan ten Hove

Op 25 maart 1699 komt aan het leven van de ruim veertigjarige Roelofken Hendrix uit Terwolde een droevig en gruwelijk einde. Zij wordt op een schavot tegenover het stadhuis van Deventer met een touw aan een paal gewurgd.

De magistraat heeft het doodvonnis over Roelofken uitgesproken omdat ze een andere vrouw, Jenneken Jansen, door middel van een viertal met rattenkruit vergiftigde broodjes heeft geprobeerd te vermoorden. Als motief vertelt Roelofken dat ze graag haar vroegere baan als dienstmaagd in het Oude Mannenhuis, die Jenneken van haar had overgenomen, wilde terugkrijgen, ‘onder voorgeven van de gemakkelijkheid van dien’. Hoewel Jenneken de vergiftigingspoging overleeft, vindt het Deventer stadsbestuur de misdaad van Roelofken ‘soo enorm ongehoord ende van soo een schadeliken gevolge, dat de selve geensints ongestraft moge blijven.’

Titelfoto: In het Rode ofte crimineel boeck, het register van strafzaken, heeft de stadssecretaris in de marge de uitvoering van het vonnis geschetst. (SAB Deventer)