Verhaal

1691 - Een smaller karrenspoor

Auteur: 
Jan ten Hove

Transport over land is in de 17de en 18de eeuw bij gemis van bestrate wegen een moeizame zaak. Paard en wagen bewegen zich langzaam voort over rulle zandwegen, die in de natte jaargetijden nauwelijks begaanbaar zijn.

De wielbreedte van de karren moet zoveel mogelijk overeenkomen. Een goed ingereden karrenspoor vereist minder trekkracht. Aanvankelijk zijn de sporen in het noorden van ons land breder dan in Holland. De oorzaak zijn de grote Hessenwagens, die vooral op de handel met Duitsland zijn gericht. In 1691 besluiten Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel evenwel om zich aan te passen aan het Hollandse spoor. Hessenwagens mogen voortaan uitsluitend langs enkele vaste routes rijden. In Overijssel wordt als enige officiële Hessenweg de zandweg ten noorden van de Vecht tussen Zwolle en Hardenberg aangewezen.

Titelfoto: Gevelsteen van een Zwolse herberg uit de 17de eeuw. (HCO, Fotocollectie)