Verhaal

1656 - Eerste Joodse gezin in Twente

Auteur: 
Jan ten Hove

Joden worden in de vroegmoderne tijd uit veel Europese steden geweerd, onder meer onder het voorwendsel dat ze een bedrieglijk karakter zouden hebben. In werkelijkheid zijn veel bestuurders en burgers bang voor concurrentie van de handige, noodgedwongen buiten de strakke gildestructuur opererende Joodse handelaars.

In Overijssel is Deventer de enige stad waar in de 17de en 18de eeuw geen Joden mogen wonen. Het voor zover bekend eerste Joodse gezin in Twente strijkt neer in Almelo. Isaac Arentssen krijgt op 20 april 1656 toestemming van de heer van Almelo om zich met zijn vrouw in het stadje te vestigen. Veelzeggend is de clausule dat hij ‘in sijne Jodische religie niet sall worden gemolestiert.’ Arentssen mag in Almelo als glazenmaker, slachter en houder van de Bank van Lening gaan werken.

Titelfoto: De akte uit 1656 waarin Isaac Arentssen toestemming krijgt zich in Almelo te vestigen. (HCO, Huisarchief Almelo)