Verhaal

1630 - Eisen aan een havezate

Auteur: 
Jan ten Hove

Overijsselse edellieden mogen op persoonlijke titel deelnemen aan het provinciaal bestuur, dat bestaat uit Ridderschap en Steden. Wie als riddermatige de Statenvergaderingen wil bezoeken, moet wel aan een aantal voorwaarden voldoen.

Naast een adellijke afstamming en een hervormde geloofsovertuiging is het bezit van een havezate, een buitenhuis op het platteland, van cruciaal belang. Omdat niet altijd duidelijk is wanneer een goed als havezate kan worden aangemerkt, scherpen de Staten in 1630 de regels hiervoor aan. Teneinde de status van havezate te verwerven dient een landhuis al minstens zestig jaar als zodanig erkend te zijn. Bovendien moeten de huizen een adellijk voorkomen hebben en de bijbehorende landerijen minstens 25.000 gulden waard zijn. Al met al telt Overijssel in de 17de eeuw zo’n 120 havezaten, waarvan ongeveer de helft in Salland staat.

Titelfoto: Voorgevel van de door de Amsterdamse architect P. Vingbooms rond 1654 ontworpen havezate Rollecate bij Vollenhove. (collectie HCO)