Verhaal

1580 - Boerenopstand bloedig neergeslagen

Auteur: 
Jan ten Hove

De gespannen verhouding tussen Overijssel en de overkoepelende Staten-Generaal in Den Haag verslechtert door het ongedisciplineerde gedrag van de Staatse troepen in het gewest.

Losgeslagen soldaten stropen het platteland af. Het water stijgt de uitgeschudde bewoners van Salland en Twente zo hoog naar de lippen, dat ze zelf de wapens tegen hun plaaggeesten opnemen. Ze noemen zich ‘de desperaten’ en voeren in hun vaandels naast een zwaard een halve eierdop met een uitgelopen dooier. Daarmee geven ze aan dat ze de plundering van hun bezittingen lijdzaam hebben ondergaan, maar dat ze nu voor het behoud van hun lege huizen willen vechten. Opperbevelhebber Hohenlohe krijgt van de Staten-Generaal bevel de plattelanders aan te pakken. In het begin van 1580 smoort hij de boerenopstand in twee bloedige veldslagen.

Titelfoto: ‘De hond in de pot’, een gezegde dat veel Overijsselse boeren aan den lijve ondervonden. Tekening uit een verzameling land- en dijkrechten, 1566. (HCO, Collectie Landrechten etc.)