Verhaal

1544 - Edelvrouwen op de brandstapel

Auteur: 
Jan ten Hove

Op 1 november 1544 belanden in Twente twee edelvrouwen op grond van hun anabaptistische sympathieën op de brandstapel. Maria van Beckum is door Bijbelstudie overtuigd geraakt van de juistheid van het doperse gedachtegoed.

Vanwege haar denkbeelden wordt ze door haar stiefmoeder uit het ouderlijk huis gezet, waarna ze intrekt bij haar broer Jan. In diens vrouw Ursula van Werdum vindt Maria een medestander. Wanneer de overheid merkt dat de dames ketterse ideeën hebben, worden ze gearresteerd. Ondanks de op hen uitgeoefende druk weigeren ze afstand te doen van hun geloof. De vrouwen worden op het galgenveld tussen Goor en Delden levend verbrand. Pas als de doopsgezinden onder invloed van de Friese ex-pastoor Menno Simons een gematigde, vreedzame koers gaan varen, treden de autoriteiten minder streng tegen hen op.

Titelfoto: Houtsnede van de terechtstelling uit 1555. (Huis Twickel)