Verhaal

1530 - Ruzie op een Hanzedag

Auteur: 
Jan ten Hove

De Zwolse afgezant Herman Bitter reageert op een in mei 1530 gehouden Hanzevergadering in Lübeck kwaad en gekrenkt, wanneer hij ontdekt dat de vertegenwoordiger van Kampen bij de zetelverdeling boven hem is geplaatst.

Volgens de gebruikelijke rangschikking binnen het verbond hoeft Zwolle van de Nederlandse steden alleen aan Nijmegen, Deventer en Zutphen voorrang te verlenen. Een onderzoek toont aan dat Kampen later dan Zwolle tot de Hanze is toegetreden. Zwolle heeft hiërarchisch gezien dus inderdaad de oudste rechten. Bitter mag – onder luid protest van zijn Kamper collega – een paar plaatsen opschuiven. Dit voorval geeft niet alleen aan hoeveel belang er wordt gehecht aan het handhaven van de stadseer. Het is tevens typerend voor de moeizame relatie tussen de twee steden, nu Zwolle Kampen op handelsgebied steeds meer gaat overvleugelen.

Titelfoto: Tekening van een kogge uit het 15de-eeuwse Digestum Vetus. Dit voor de Hanze kenmerkende scheepstype was omstreeks 1530 al verdrongen door modernere vaartuigen. (Gemeentearchief Kampen)